Pagina's

donderdag 16 mei 2013

De eenzame

Door de stromende regen,
wind mee en wind tegen.
Met de stralende lucht,
of donker-bewolkt, als in een zucht.

Hij wachtte en wachtte,
maar niemand keerde terug.
Hij wachtte en wachtte,
daar vlak bij de brug.

De dagen, zij vlogen,
gauw gingen ze heen
Maar hij bleef hier zitten,
eenzaam en alleen.

Nu piept hij, nu jankt hij,
hopend op meer
Nu kruipt hij, krabbelt hij,
wanneer ziet hij ze weer?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen