Pagina's

vrijdag 12 april 2013

De samenkomst


‘Kom je vanavond nog even langs?’ Vroeg ze, blij dat hij haar huichelachtige gezicht niet kon zien. Ze was een ijskoude zakenvrouw, gekleed volgens de laatste mode. – Dat beweerde het tijdschrift wat ze wekelijks las, iets waarvan ze dolgraag wilden dat anderen dat geloofden. –
‘Ik wil graag de laatste rapporten met je bespreken,’ het had haar standaardtelefoongesprek kunnen zijn, ware het niet dat ze in haar achterhoofd hele andere plannen aan het maken was. Zij beiden hadden geen weet van elkaars uitersten, maar zouden dat gauw genoeg doen.
Zijn antwoord, ‘Ik zie je liever op kantoor,’ was zakelijker dan ze gehoopt had.
‘Dat moordhuis?’ Haar lippen hadden de woorden al gevormd voordat ze daadwerkelijk nagedacht had over de ware betekenis van deze samenstelling van lettergrepen, de impact die ze hadden op de toehoorder. Als ze geweten had dat hij deze woorden vanavond net zo hard terug zou gooien had ze zich wellicht voorzichtiger uitgedrukt.
‘Ik ontmoet de leeuw graag in zijn hol,’ was zijn antwoord. Hun spel zette nog even door.

Uit beleefdheid bood de een de ander iets te drinken aan, waarna de ander om diezelfde reden accepteerde.
‘Er is een gecodeerde lijst met daarop de namen van iedereen die we inmiddels in onze lijn hebben lopen?’ Zij knikte: ‘Die heb je me gegeven.’ ‘Hij was vals.’ Beweerde hij. ‘Weet ik, de echte is in het bezit van D.’ ‘We zijn onder elkaar, je mag zijn naam voluit zeggen,’ probeerde hij weer. ‘Ik betwijfel of jij zijn volledige naam weet,’ haar weerwoord was scherp.
Hij had haar niet verteld dat haar naam op de vernieuwde lijst stond, zij het dan niet als geslaagd. En zelfs wanneer hij het haar verteld zou hebben zou ze hem niet geloofd hebben. Ze tilde al de spullen die op haar bureau stonden op, op zoek naar het papier dat hij van haar gevraagd had. Hij stootte daarbij het een en ander om, hopend op een uitval van haar. 
Na een tijdje ging ze voorzichtig zitten en probeerde weer orde te scheppen.
‘Dus, wanneer ik jou zou geloven… is er iemand die mij uit gaat dagen voor een dergelijk duel, waarmee hij of zij meer macht zou winnen dan jou lief is? Maar je staat in dienst van? Hoe kan deze rivaliteit jou er toe brengen mij dit te vertellen?’ Vroeg ze.
Hij zweeg weer. ‘Ik heb meer gezegd dan ik had moeten doen.’ En dat was waar. Maar zij beiden wisten niet dat het duel voor beide partijen gunstig uit zou vallen. Voor hem zou het lijken alsof ze de moed opgegeven had, terwijl voor de buitenwereld er slechts een gefaalde zakenvrouw zou zijn. Bij haar zou opgeven geen moment in haar hoofd komen en de tweestrijd die dat haar op zou leveren zou haar uiteindelijk van het leven beroven. Geen van deze dingen kwam in de hoofden van de twee discussiërende partijen op. Wellicht omdat geen van de partijen betrokken had willen zijn in de discussie waarin zij beland waren. Maar misschien wel vooral omdat ze gefocust waren op het daar. In plaats van datgene dat zich recht onder de neus bevond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen