Pagina's

woensdag 24 april 2013

De bruggenbouwer


Om een of andere stomme reden had ik besloten deze jongen leuk te vinden. Of eigenlijk, het was min of meer vanzelf gegaan en waarschijnlijk was het een van de stomste dingen die ik tot nu toe gedaan had.
Van hem wist ik nooit of hij serieus was wanneer hij sprak, was hij me weer aan het plagen? Dat zette ook meteen mijn toon, luchtige antwoorden die er flink omheen draaide. Was je opzoek naar de werkelijke mening van deze woorden… mocht je die ballon eerst leeg laten lopen.
 
Zoals gewoonlijk had ik alle dingen die hij gezegd had, alles wat hij deed, uitgebreid geanalyseerd. Voor elke zin had ik tien interpretaties van de werkelijke betekenis. Ik dacht er veel te veel over na, dat was absoluut iets wat ik me realiseerde. Maar dat was ook hoe mijn hersenen werkte. Ik kon uren doen over een simpel dingetje, van alle kanten de dingen bekijken en overdenken.
En zo verging het ook hem. Het maakte ook dat ik me bedacht dat ik het enige was wat ‘ons’ in de weg stond. Niet dat er een ‘ons was.’ Maar die zou er zeker ook niet komen, of ik dat nu wilde of niet.
Vaker had ik mijn berichtje voor hem getypt en twijfelde ik om het te verzenden, om het uiteindelijk te deleten. Maar zodra ik van hem dan iets hoorde, kwam mijn reactie al gauw.
Ik zat weggedoken in mijn eigen wereldje, maakte het gat tussen daar en de realiteit met de seconde groter. De brug die er tussen die twee bestond wisten zelfs in het verleden maar weinig te betreden, te vinden soms zelfs. Mijn fantasie die overal tussendoor fladderde, de hele gesprekken die we hielden.
 En als ik er niet zo veel over nagedacht had, zou ik nog beseffen dat je me slechts een glimlach geschonken had. 

vrijdag 19 april 2013

Bloggen is topsport

'Wat ga je vandaag doen?' vraagt een vriend van me, waarna ik antwoord dat ik nog even een blogpost in elkaar ga flansen, ga werken en wat spullen bij elkaar ga graaien voor een kamp. Planning is niet helemaal mijn ding, of toch wel... want ik had al bedacht dat ik dat vandaag ging doen.

Dat ik eigenlijk geen onderwerp heb waarover ik wil bloggen, is iets waar ik het dan maar mee moet doen. - Ik kan je vertellen dat dat niet waar is, ik heb een lijst met ideeën en thema's, sommige beter uitgewerkt dan anderen, maar ik wil deze lijst niet deze week al aanbreken. Iets met planning. -
Terwijl ik aan het bow-en ben (bow-en is het nieuwe Studie Ontwijkend Gedrag aka soggen... blog-ontwijkend-schrijven-gedrag vertonen. Deze term is, zoals je wellicht al vermoedde, zojuist in het leven geroepen.)
Ik blader mijn tumblrdash door, deel wat plaatjes, tweet wat... maar begin niet aan mijn blog. Ik open al wel vast het scherm... maar daarna besluit ik nog even de nieuwe posts van blogs die ik volg via bloglovin' door te lezen. Een deel van de blogs die ik lees wordt geschreven door mensen die hier fulltime voor werken en van kunnen leven. (Over de volgorde valt te twisten.) Ik denk niet dat het zo 'chill' is als ik soms denk dat het is. Dat bedenk ik, terwijl ik deze week voor 4 weken vooruit heb gepland. Met uitzondering van deze vrijdag dan. 'Want dat bedenk ik later deze week nog wel, iets actueels zou leuk zijn.' Wat dat betreft is het maar goed dat ik geen eindredacteur heb die achter mijn  broek aan zit, nu heb ik hooguit mijn eigen schuldgevoel.
De totstandkoming van een blogpost neemt wel flink wat tijd in beslag. Iets te veel naar mij zin soms. -Hey, de playlist van deze blog is echt goed op elkaar afgestemd.-
Ik heb dan ook veel respect voor hen die het lukt elke dag 2 kwalitatieve posts op te plaatsen... -Behalve wanneer deze voornamelijk foto's bevat met zo nu en dan een opmerking over de foto.- maar eerlijk is eerlijk, kwaliteit verschilt altijd.
Ik stel me voor hoe ze vaak evenementen afstruinen en daar 'even' een artikeltje voor schrijven. En dan nog massa's tijd over hebben, maar ik vermoed dat dat zwaar tegenvalt.
Een 9-5 mentaliteit heb je in elk geval niet nodig, bloggen kan altijd. Misschien vind ik bloggen daarom prettig... ik ben soms nogal van de hak op de tak qua onderwerpen... maar wanneer je dit in blogpost zet... niemand die het ziet, keurig gesorteerd als het is.

Stiekem was deze blogpost een update. Maar ik heb besloten een hekel te hebben aan 'update-posts' op mijn blog... maar nu ik het toch zover heb laten komen maak ik hem ook maar af.
Misschien wist je dat ik mee deed aan de selectie voor 'Creative Writing' aan Artez hogeschool voor de Kunsten... maar na een paar rondes lig ik er helaas uit. Dit is inmiddels al weer even geleden - in mijn beleving in elk geval - en ik ben gewoon verder opzoek naar een andere studie die bij mij past. Maar die liefde voor taal, tekst en schrijven geef ik niet op.
En om nog op het allerlaatste moment een onderwerpswitch te maken, vinden jullie het koningslied ook zo verschrikkelijk? Ik had echt op iets tofs gehoopt. (Trouwens, misschien is het maar goed. Twitter staat vol met grappen over het koningslied, ik lig zo nu en dan dubbel van het lachen. Heeft het toch nog iets positiefs.)

woensdag 17 april 2013

Gedachtes over vallen


Waarheid: over vallen heb ik het al eens gehad. Hetzij dan niet alleen in de letterlijke zin van het vallen, maar ook de sociale controle en angsten die ze creëert. (Zie; De Val) En ik ben niet de enige die vallen erg interessant vind.
Waarom trekt vallen ons eigenlijk zo aan?

maandag 15 april 2013

Gedachtes over vliegen


Vliegen en vallen zijn twee veelvuldig gekozen thema's. Je kunt ze vinden binnen de verschillende kunstdisciplines die we kennen. Waarom spreken deze thema's ons zo aan? Lees vandaag mijn gedachtes over vliegen.

vrijdag 12 april 2013

De samenkomst


‘Kom je vanavond nog even langs?’ Vroeg ze, blij dat hij haar huichelachtige gezicht niet kon zien. Ze was een ijskoude zakenvrouw, gekleed volgens de laatste mode. – Dat beweerde het tijdschrift wat ze wekelijks las, iets waarvan ze dolgraag wilden dat anderen dat geloofden. –
‘Ik wil graag de laatste rapporten met je bespreken,’ het had haar standaardtelefoongesprek kunnen zijn, ware het niet dat ze in haar achterhoofd hele andere plannen aan het maken was. Zij beiden hadden geen weet van elkaars uitersten, maar zouden dat gauw genoeg doen.
Zijn antwoord, ‘Ik zie je liever op kantoor,’ was zakelijker dan ze gehoopt had.
‘Dat moordhuis?’ Haar lippen hadden de woorden al gevormd voordat ze daadwerkelijk nagedacht had over de ware betekenis van deze samenstelling van lettergrepen, de impact die ze hadden op de toehoorder. Als ze geweten had dat hij deze woorden vanavond net zo hard terug zou gooien had ze zich wellicht voorzichtiger uitgedrukt.
‘Ik ontmoet de leeuw graag in zijn hol,’ was zijn antwoord. Hun spel zette nog even door.

Uit beleefdheid bood de een de ander iets te drinken aan, waarna de ander om diezelfde reden accepteerde.
‘Er is een gecodeerde lijst met daarop de namen van iedereen die we inmiddels in onze lijn hebben lopen?’ Zij knikte: ‘Die heb je me gegeven.’ ‘Hij was vals.’ Beweerde hij. ‘Weet ik, de echte is in het bezit van D.’ ‘We zijn onder elkaar, je mag zijn naam voluit zeggen,’ probeerde hij weer. ‘Ik betwijfel of jij zijn volledige naam weet,’ haar weerwoord was scherp.
Hij had haar niet verteld dat haar naam op de vernieuwde lijst stond, zij het dan niet als geslaagd. En zelfs wanneer hij het haar verteld zou hebben zou ze hem niet geloofd hebben. Ze tilde al de spullen die op haar bureau stonden op, op zoek naar het papier dat hij van haar gevraagd had. Hij stootte daarbij het een en ander om, hopend op een uitval van haar. 
Na een tijdje ging ze voorzichtig zitten en probeerde weer orde te scheppen.
‘Dus, wanneer ik jou zou geloven… is er iemand die mij uit gaat dagen voor een dergelijk duel, waarmee hij of zij meer macht zou winnen dan jou lief is? Maar je staat in dienst van? Hoe kan deze rivaliteit jou er toe brengen mij dit te vertellen?’ Vroeg ze.
Hij zweeg weer. ‘Ik heb meer gezegd dan ik had moeten doen.’ En dat was waar. Maar zij beiden wisten niet dat het duel voor beide partijen gunstig uit zou vallen. Voor hem zou het lijken alsof ze de moed opgegeven had, terwijl voor de buitenwereld er slechts een gefaalde zakenvrouw zou zijn. Bij haar zou opgeven geen moment in haar hoofd komen en de tweestrijd die dat haar op zou leveren zou haar uiteindelijk van het leven beroven. Geen van deze dingen kwam in de hoofden van de twee discussiërende partijen op. Wellicht omdat geen van de partijen betrokken had willen zijn in de discussie waarin zij beland waren. Maar misschien wel vooral omdat ze gefocust waren op het daar. In plaats van datgene dat zich recht onder de neus bevond.

woensdag 10 april 2013

Zij wilden


Ik had besloten dat ik verder wilde gaan. Niet omdat dit de beste manier was, er genoeg waren die beweerden dat dit wel het geval was, maar omdat ik liever zou vergaan in de geordende chaos die ik zelf gecreëerd had, dan in die van iemand anders. Ik had getracht een voorstelling te maken van dat wat in mijn hoofd rond spookte, vergeefse pogingen en dus had ik al mijn spullen weer in moeten pakken.

Ik zat in een kleermakerszit op de grond, tegenover een van de mensen die ik eerder vandaag ontmoet had. Zeker drie keer had ik haar naam te horen gekregen en durfde haar naam niet nogmaals te vragen. Mijn angst kon ik niet plaatsen, ik wist niet waar hij vandaan kwam. Maar ik wist wel dat hij echt was, die angst.

Ze nipte aan haar thee, terwijl ik een poging deed de conversatie voort te zetten.
‘Ik heb het echt geprobeerd.’ Ze haalde bijna onopmerkelijk haar schouders op, terwijl ze haar adem over de thee liet glijden en waterdamp de glazen van haar bril liet beslaan.
‘Misschien ben je gewoon bang om bang te zijn?’ Haar stem, normaal helder als kristal, trilde. Was zij net zo bang als ik? Ik ontweek haar blik, ik wist hoeveel waarheid er in haar woorden school. Even opende ze haar mond, alsof ze van plan was geweest nog iets toe te voegen aan de door haar uitgespuwde woorden, maar ze zweeg.

‘Wat heb je het meest nodig?’ Zei ze uiteindelijk. We hadden beiden een tijdlang voor ons uit zitten staren. Jou. Wilde ik zeggen: ze was wijzer dan ik en zou het binnen nu en vijf jaar absoluut gemaakt hebben ware het niet dat ze besloten had haar idealen in te ruilen voor een wereld van gekken. De club van gekke mensen, had ik ons genoemd. De eenzamen van de wijk die wanhopig hun sociaal leven in tact probeerden te houden door te blijven communiceren met fictieve vrienden. Haar motieven om hier te verblijven snapte ik niet. Van ons allemaal was zij de meest gewone.

‘Houd die sigaretten maar.’ Mompelde ze, terwijl ze op stond.
‘Ze zijn van jou.’
‘Bijna op en niet het enige wat door de war zit.’
‘Toe, blijf nog langer.’ Drong ik bij haar aan, ze weigerde. En terecht. Ze bevestigde  hetgeen dat al tijden door mijn hoofd schoot, ik moest door.
‘Zou het helpen als ik toe zou geven?’
‘Sigaretten zijn beter dan fictieve vrienden.’
‘Half zo bevredigend niet.’ Ze knikte weer. ‘Misschien wil ik daarom van ze af.’ Ze griste de tas uit mijn handen en overhandigde me het pakje.
Even hoopte ik dat dat het enige was wat ik nodig zou hebben om mijn voorstelling compleet te maken, die hoop verdween als sneeuw voor de zon toen ik met mijn ogen knipperde tegen het felle zonlicht.
‘Ik mis je.’ Mompelde ik, alsof het haar terug zou brengen. Ik had onwillekeurig haar lievelingsontbijt besteld en zat in mijn nette pak aan tafel. Voor vannacht was ze even bij me terug geweest. Maar ik herinnerde mij haar naam niet meer.

maandag 8 april 2013

kamillethee

Dit gedicht is van oorsprong een stiftgedicht. (Een artikel waarvan alle woorden zijn weggestreept behalve de woorden die voor het gedicht zijn gebruikt.)

zaterdag 6 april 2013

Brief aan de onbekende lezer.

Wanneer de zon weer onder is en jij
met de trein
naar huis  bent gegaan.
Het jouwe, niet de mijne, weet je
ik ook.

Graag zou ik nog enkele bemoedigende dingen in je hart
kerven, niet dat het er toe deed.
Was je weer terug, zoals de zon die even was gaan slapen,
zullen we niet praten, slechts lachen en schietspelletjes doen.
Met hen waren de lege woorden ook weg,
hoewel ik nog steeds niet zeggen kan wat ik daadwerkelijk zeggen wilde.
Jij won je spel, alweer. Ik zou het nooit meer spelen.
Nooit, dat is een minuut of tien.
Maar jij was weg en zei mij, datzelfde te moeten doen
maar dan mijn eigen trein.
Dan schrijf ik je, hier ben ik dan, zullen we nog
een potje spelen, nu win ik.
Maar de trein was leeg
en jij was naar huis.

Vergeet je niet de vis te voeren?


woensdag 3 april 2013

Ooit word ik wakker.

Ooit word ik wakker,
dan zeg ik dat dit allemaal een droom was
en dat er niets van waar was.
Maar het klopte als een bus.

Ooit word ik wakker,
met de herinnering aan datgene wat
me deed glimlachen,
nog steeds.

Ooit word ik wakker,
en ik weet dat het een droom was.
Maar ooit word ik wakker
en dan maak ik hem echt.