Pagina's

zaterdag 23 juni 2012

Update :D

Helaas even geen stukje deze week, maar vanaf volgende week staan er weer nieuwe stukjes online.
Zoals wel duidelijk was uit de beschrijving over mij, afgelopen jaar zat ik in 5 Havo, nu ben ik geslaagd :D.
Natuurlijk houd ik daarnaast mijn "studentenleven" op peil door het bezoeken van amicale feestjes, sociëteiten e.d.
Verder was ik de afgelopen tijd druk bezig met redactionele werkzaamheden van het jaarboek van onze school. Hartstikke leuk, maar ook lastig, beetje stressen. Het resultaat mag er zijn.

Wat ik nu ga doen? Na de zomer hoop ik te starten met de opleiding pedagogiek, daar heb ik super veel zin in, maar het blijft ook een beetje spannend natuurlijk. Van de week had ik een intake, dat was heel erg leuk, dus dat komt vast helemaal goed.

De komende tijd hoop ik gewoon verder gaan met het plaatsen van blogs, er komt nog een klein wedstrijdje  en er komen blogs aan van gastbloggers, awesome! Dus ja, er is weer van alles om weer naar uit te kijken.

En natuurlijk, op verzoek, geef ik ook nog even mijn mening over het voetbalgebeuren. (Het is dat ik er om gevraagd werd, anders had ik het niet gedaan haha.) Ik vind het terecht dat we de poule niet zijn doorgekomen, we zijn nu gelukkig weer thuis. Zowel de supporters als de spelers waren er, naar mijn mening, duidelijk niet klaar om verder te gaan. Het gaat om het spel, niet om de strijd. Als je kijkt naar hoeveel overtredingen er telkens gemaakt werden... En van de supporterskant lagen de verwachtingen te hoog. Er kwam veel te veel kritiek, soms is dat goed, maar er zijn grenzen. Inmiddels scharen we ons als 'halve fans' achter de andere europese landen die nog wel in de running zijn en kijken we stiekem toch wel even uit naar de finale. En voor de voetbalfans die voetbal niets vinden en alleen naar Nederland keken (of helemaal niet...) komen de Olympische Spelen er weer aan. Dát is pas sport!

liefs, Ella

zaterdag 16 juni 2012

De geheime opdracht (part one)

De zachte zwoele zomerwind woei door mijn haren. Mijn kleding wapperde met de wind mee en ik deed een bijna poging om mijn haar niet in mijn gezicht te laten waaien, het in model houden had ik al opgeven. Dit waren van die momenten waar ik van hield, hoewel ik verlangde naar de koelte van regen, sneeuw, vandaag zou ik genoegen nemen met de koelte van de nacht. De schaduwen maakte de dag temperatuur nét dragelijk en het zou eigenlijk een perfecte zomerdag geweest zijn, ware het niet dat ik stond te wachten op mijn opdracht.

Eigenlijk begon het geheel anders. Ik stond ergens te wachten, spreekt iemand me aan. Niets bijzonders, gebeurd toch zeker wel vaker? De persoon in kwestie snijdt een onderwerp aan en vraagt dan halverwege 'Vindt jij dat ook?'
Hier stop ik even. Vindt jij dat ook? Een vraag die reactie uitlokt, misschien wel een reactie die je eigenlijk niet wilde geven.
Tegelijkertijd duwt 'Vindt jij dat ook' je in een hoekje. Het suggereert dat het normaal is dat te vinden, dat je niet de enige bent die dat zou vinden (of juist niet), sterker nog... je wijkt misschien wel erg sterk af van de groep wanneer je dat niet vindt...
Vindt jij dit ook lokt uit tot een reactie, wellicht een heftige, een discussiepunt, bovendien wil 'ook' bijna altijd in dit geval zeggen dat de spreker dit ook vindt, of dat hij (of zij natuurlijk, maar het was in dit geval een hij,) en dat kan voor verwarring zorgen. En ik hoor mijn ouders nog zo zeggen 'Alegria, Alegria, praat niet met vreemden!'

Zodoende heb ik een vaag gesprek gehad waarin mijn antwoorden geforceerd werden. Ik werd geduwd naar een punt toe en zo sta ik dus vandaag te wachten. Oh zeker, ik heb wel gehoord wat ik moest doen... ik zou een envelop krijgen, een paar instructies en als ik die gewoon uitvoerde zou er niets aan de hand zijn. Jaja, eerst zien dan geloven.
Het geritsel in de struiken doet me af en toe opkijken, is daar wat? Nee, een kat. Of slechts de wind. Zou ik misschien al aan het begin van mijn opdracht falende zijn?

zaterdag 9 juni 2012

Dans rond het zwanenmeer// part two

Misschien moet je weten wat hiervoor gebeurd is, niet dat het daadwerkelijk zo zeer uitmaakt, maar om het verhaal te kunnen snappen. Veel gebeurd is er niet, qua gebeurtenissen, wel qua indrukken, anders zou dit niet te lezen zijn.
Het was een van de dagen dat ik zou repeteren voor de eindexamenklasvoorstellingen, mijn beste vriendin was bezig met een decor en ikzelf en nog wat groepsleden waren al weken bezig met de choreografie van onze dans. Het was druk, heftig, emotioneel, want naast het repeteren leerden we onze examens en, lees verslaafd als ik was, droomde ik weg in de wereld van Tolkien en in de wereld die gecreëerd was alsof er werkelijk geen onderscheid was tussen fantasie en werkelijkheid, Never Ending Story van Michael Ende.
Misschien waren we te nieuwsgierig en probeerden we te veel uit, maar volgens een van ons, het doet er niet eens meer toe wie, moest het ook voor ons mogelijk zijn om via onze dans in zo'n andere dimensie te komen. Ik heb haar hartelijk uitgelachen, het leek me praktisch onmogelijk, maar juist zij is de reden dat ik hier nu zit.

Ik blies in mijn inmiddels verkleumde handen, ze waren vies, nat en koud evenals mijn andere ledematen. 'Is daar iemand?' mijn stem galmde door de holle ruimte. Waar was iedereen gebleven, samen uit samen thuis toch? Maar sinds onze voorstelling had ik ze niet meer gezien. Ik probeerde mijn spitzen enigszins te reinigen met boombladeren maar veel zin had het niet. Wat had er nog wel zin? Deze droefgeestige plek maakte dat ik in opstand wilde komen tegen alles wat op mijn pad kwam, de muggen verpesttten er mijn huid en de kille buitenlucht liet me mijn afweerschermen hoog optrekken, geen mens die me nog zou bereiken.

Waar was het allemaal fout gegaan? Onze repetities waren voorbeeldig verlopen, onze voorstelling ook, we kregen luid applaus, bloemen en vele hartelijke reacties. Er moest ergens een gat in mijn geest zitten, maar ik kon deze niet aanwijzen, dit irriteerde me mateloos. De eenzaamheid waarin ik verkeerde deed me smachtten naar meer aandacht, scheen me bijna te forceren om te dansen tot ik er dood bij neer zou vallen, maar iets aan deze plek scheen hier niet thuis te horen. Er moest iets zijn wat mijn gedachten in zijn of haar greep hield. Maar wat?

zaterdag 2 juni 2012

De regendruppel // De val

Een onrustig gevoel overtuigde me van het feit dat dit niet bepaald de meest ideale dag was om te vallen. Ik was er van overtuigd dat mijn leven een belangrijk doel zou hebben. Dit doel, dat alles behalve klein en nietszeggend zou moeten zijn, daar richtte ik mijn hele leven al op in. Tevergeefs probeerde ik het felle licht te weerstaan. 'Je moet samenblijven.' was me altijd gezegd, want kracht van ons, van jou, van mij, zat 'm in het samen zijn.
Banden die je kan smeden, aansterken, gedwongen of ongedwongen, banden maken je sterk. Dat was mij tenminste verteld.

Enerzijds was vallen iets aantrekkelijks. Ik moet eerlijk toegeven dat vallen voor mij voelde als een persoonlijk proces. Het zou zeker veel meer vrijheden geven dan ik ooit had mogen en kunnen dromen. Niemand kan zeggen dat je verkeerd valt als je naar voor, achter, links of rechts zou vallen. We vallen toch wel naar beneden, uiteindelijk.
Vrijheden die ik me zou kunnen permitteren, een geruststellende gedachte, zelfs als deze vrijheden alleen maar tijdelijk zouden zijn. Want dat waren ze. Gelukkig, want het belette mij totaal uit de band te springen. Structuur had je nu eenmaal nodig. Anderzijds was vallen iets engs, iets afstotelijks en iets naars. Wie bepaalde hoe ver jij zou vallen? Wie bepaalde hoe je neer zou komen? Jijzelf in elk geval niet. De adrenaline-kick die je krijgt van het gevoel, van het vallen, maakte de angst vooraf niet bepaald ongedaan. Misschien was deze angst meer onnatuurlijk dan het scheen. Kwam deze voort uit persoonlijke prestatiedrang? Ik had werkelijk geen flauw idee en dat irriteerde me dan ook mateloos.
Deze keer was er niets wat je zou redden van deze val, je kon niet overleven als groep, er sloten zich steeds meer aan en je kon ze niet weigeren, maar ook als individu was overleven uitgesloten. Je zou volkomen nutteloos zijn. Deze vreemde keuze attendeerde mij weer op mijn angst. Welke nu te kiezen?

De een na de ander viel weg. Om mij heen ontstond een loze ruimte. Ik werd zwaar van schuldgevoel, voelde me niet meer op mijn gemak nu de nabijgelegenen vertrokken waren. Aan het begin had ik ze nog gezocht, doch nu had ik geaccepteerd dat zij er niet meer waren.
De leegte maakte me eenzaam en deed me des te meer verlangen naar zo'n val, zoals ook zij die gemaakt hadden.

De leegte om me heen maakte me bewust van het ik als individu. Geen groepsdruk, geen groepsvertrouwen, maar vooral geen luidruchtig geroezemoes, geen achterlangse geruchten die je leven actiever maakte...
Ik viel weg in een stroom van gedachtenspongen.
Wegvallen. Maar dan anders.

Eindelijk was het dan zo ver. Mijn tijd om te vallen was aangebroken. Ik maakte me breed en probeerde me te concentreren. Dit was mijn moment, hier ging ik van genieten. Mijn zenuwtrekjes staken weer op, ik sprong en liet me gaan. Ik kwam al mijn maatjes tegen.
Soms ging ik sneller, dan minderde ik vaak, de wind gierde om mijn oren en blies me deels uit mijn valrichting. De kleuren in mij reflecterend maakte mijn val alleen maar fascinerender.
Wanneer het einde in zicht kwam haalde ik adem. Ik stortte neer en stuiterde weer omhoog, om vervolgens weer neer te stuiteren en mee genomen te worden in een stroom van mezelf, of wij. Water.