Pagina's

zaterdag 26 mei 2012

De milieubewuste school

Waar de ene school bezuinigt op stookkosten (leerlingen trekken maar een warme trui aan,) bezuinigt die van ons op papier.
Docenten printen geen werkbladen, studiewijzers begrippen en/of woordenlijsten uit, geen uitwerkingen. Of je die zelf even wilt uitpriten. Wat natuurlijk slechter voor het milieu is want leerlingen printen dit soort dingen niet dubbelzijdit uit en gebruiken dus veel meer papier = meer bomen die gekapt moeten worden.
De kachels gaan om half 8 aan en om 5 uur weer uit en zijn aan en uit te zetten door de leerlingen die naast de kachels zitten. Iemand die het koud heeft draait de de knop helemaal open en de verwarming wordt gloeiend heet. De ramen staan veel te vaak niet open en het is haast verbazingwekkend dat er geen leerlingen flauw vallen.
Waarom zit er geen maximumtemperatuur op, met een normale temperatuur, of zit er geen thermostaat in de klas? Op korte termijn een dure besteding, mara op lange termijn een milieubewuste bezuiniging die veel geld bespaart. Die kachel kan sowieso wel lager, we kleden ons wel warmer.
Terug naar het papier. Voor een gemiddeld werkstukje typen we 15 kantjes (of schrijven we er +- 30) en worden wij geacht deze uit te printen. Dat we daar als laatste jaars havisten dan gezamenlijk 17000 papiertjes voor uitprinten voor één zo'n opdracht, terwijl we ook een onlinesysteem hebben, daar ligt niemand wakker van.
Leraren mogen op één dag max. 50 A4tjes uitprinten, daar kun je nog geen toetst van geven. Wat wordt de volgende maatregel, moeten we onze eigen toetsen gaan printen en ook maar zelf even de nakijkmodules hiervan?

zaterdag 19 mei 2012

Nieuwe schoenen

'Je kunt maar beter schoen worden, dan kom je nog eens ergens.' deze uitspraak hoorde ik van de week en het zette me aan het denken. Mijn eerste gedachte was 'Nee, helemaal niet.' maar de vraag is waarom wel of niet. Meteen maakte ik een lijstje (schijnt overigens een typische vrouweneigenschap te zijn...) en daaruit werd ik natuurlijk niets wijzer.

Als je een schoen bent kom je ergens. Klinkt erg aannemelijk. De meest voor de hand liggende gedachte is dan 'Klopt, want als je aangedaan wordt loop je van bestemming tot bestemming.' maar dat is dus niet waar. Natuurlijk het kan waar zijn. Maar als je aan de voet zit van een of andere moeder, kom je alleen in de supermarkt, bij de school en bij een paar vriendinnen en wat familie. Zit je daarentegen aan de voet van een reiziger, is de kans dat je over de hele wereld komt toch veel groter.
Wordt je geproduceerd in een land als China, is je kans om wereldwijd terecht te komen ook veel groter dan wanneer je geproduceerd bent in Liechtenstein, ik zeg maar wat geks.
Misschien wordt je wel na een seizoen gedragen te zijn weg gegeven aan 'de arme kindertjes in Afrika' en dan heb je inmiddels al heel wat landen gezien... China, alle landen waar je langs vloog/voer/reed op weg naar een Europees land, België ofzo... en dan niet te vergeten, alle landen waar je langs kwam om je bestemming in Afrika te vinden.
 Ik zou niet een van mijn schoenen willen zijn denk ik. Het lijkt me niets om overal maar heen te moeten zonder dat je daar zelf invloed op hebt. Je slijt wat, wordt nat, vies, slecht behandeld... maar hé, je bent toch maar een ding.


Wellicht is het belangrijker om bewust te zijn wat voor schoenen je hebt, wie ze maakte of waar ze gemaakt zijn in welke omstandigheden dan dat je je afvraagt hoe het leven van je schoenen eruit ziet. Anderzijds, de moderne consumptiemaatschappij maakt ons tot een stelletje fanatiekelingen die tig paar schoenen nodig denkt te hebben. Hebben we dat wel?
Misschien ligt bewustwording meer bij het feit dat je kritische vragen stelt, zelfs als je het antwoord niet weet.

zaterdag 12 mei 2012

Rucuerdos (final part)


Terwijl ik mijn natte kousen uit mijn laarzen haalde, ze van mijn voeten haalde en in de wasmachine gooide, hoorde ik de auto de oprit op rijden. Ik vermoedde dat het mijn zusje was, maar zeker weten zou ik het nooit doen. Op mijn blote voeten wilde ik naar het gordijn lopen, het gordijn openschuiven om te zwaaien. Het enige wat dát verhinderde was ik zelf. Ik gooide de deur van de hal open naar de woonkamer, om vervolgens naar het raam te lopen. Ik struikelde bijna over een donker voorwerp en in mijn haast keek ik niet wat het was. Het was donker. Ik zag mijn handen trillen toen ik het gordijn open sloeg. Er hing een groot donker papier, waarschijnlijk blauw of paars, met lichte letters. Wit? Zilver? En een grote vlek. Rood? Bloed? Ik wist het niet. Terwijl ik het licht aan knipte om de letters te kunnen lezen viel mijn blik op het lijk, het voorwerp waar ik zonet over gestruikeld was. In mijn ogen moest iets van afschuw te lezen zijn geweest, want ik hoorde vlak bij mijn oor een zacht gegrinnik. Dat was het moment dat ik me niets meer kan herinneren, tot ik wakker werd. Dat lijk was mijn zusje geweest, dat wist ik zeker, maar nu moest ik opzoek naar de daders. Ik keek weer rond. Een gevangeniscel. Werd ik beschuldigt van haar dood?
 
 
Suggesties zijn te mailen naar wangumatokeo@gmail.com 

zaterdag 5 mei 2012

Rucuerdos (third part)

En een niet al te lang derde deel van de eerder gepubliceerde  vierdelige serie Rucuerdos.


Zijn hand lag op mijn gezicht. Ik rilde. 'Doe maar niet.' mijn stem trilde. Zijn ogen, hij keek me strak aan, waren gevoelloos. 'Laat me los.' de tranen stonden in mijn ogen. Machteloosheid, woede, angst. Hij liet me los. 'Ik weet meer dan je denkt.' ik haalde onverschillig mijn schouders op. Het was meer angstig, maar onverschilligheid is makkelijker om te spelen. Hij stond op en liep weg, terwijl hij in mijn oor fluisterde: 'Stap de drempel niet over!' en ik bleef achter, terwijl ik me afvroeg wat hij bedoeld had.
Mijn telefoon ging. 'Hallo?' geen gehoor. Gekraak. 'Ik meen het.' en er werd opgehangen. Ik herkende de stem maar kon hem niet plaatsen. Ik had kunnen weten dat hij het was, maar dat deed ik niet.' 'Sindsdien ga ik altijd door het raam naar binnen.' eindigde ik mijn verhaal. Ik keek rond. Om me heen zaten de mensen van wie ik hield, mijn broer, enkele vriendinnen en mijn jongste zusje. Eén deel van mijn verhaal had ik overgeslagen. Het stuk waarin ik over de drempel van mijn huis ging. Mijn moeder heeft dat niet overleefd. En de keer daarna, bij mijn broer. Dat werd het afscheid van mijn vader. Ik kán het ze niet vertellen, ze zouden me niet geloven, me negeren of ontzettend teleurgesteld in me zijn.  Persoonlijk zag ik het als een vloek. Zal ik hem ooit nog zien? Hij die me waarschuwde? Of was hij de oorzaak van dit alles? Vlak voor de deur bleef ik staan. 'Nou totziens dan hè?' Ik vroeg me af wat me er toe had gebracht om mijn verhaal te vertellen, het voegde niets toe. Alleen meer schuldgevoel, omdat ik gebruik maakte van mijn probleem om minder langs te kunnen komen en eigenlijk was ik wel zielig. Qua gedrag, bedoel ik.