Pagina's

dinsdag 20 november 2012

Wat als knikkers gevoelens hadden?

'Ik denk dat jij de gelukkige bent vandaag.'
'We zullen zien.' Het groene gedraaide glas van zijn binnenste keek mij afwachtend aan. 'Je bent niet bepaald sterker dan ik.' merkte hij op. Ik besloot het op de andere boeg te gooien. 'Je ziet er sterk uit, onafhankelijk.'

'Bonk tegen bonk?' ik werd met een flinke tik tegen een andere knikker aangetikt. 'Jeremy.' mompelde hij, hij was jonger dan ik, naïef. 'Francine.' Ik nam hem in me op. De kunst was om indruk op hem te maken zonder zelf beschadigt te raken, of in elk geval zonder zelf beschadigt te raken, of in elk geval zo min mogelijk. Als hij bij ons zou komen... hoopte ik echter wel op een waardig tegenstander.

Ik mocht beginnen. 'You're not a fighter, are you?' ik keek hem nog aan en rolde met mijn ogen.

Hij rolde tegen de muur aan en kwam stil te liggen in het gootje van de stoeptegels. Teleurgesteld en afwachtend keek hij me aan. 'Ik mag dan wel een meisje zijn, dat kan ik beter dude.' vond ik. Met een zwierig boogje spinde ik op hem af en duwde hem van zijn plek af. Hij kreeg een zet en probeerde hetzelfde, echter door zijn gebrek aan snelheid duwde hij me alleen maar in een gunstigere positie.
'Nice try, Jeremy. How about this one?' ik liet mezelf met snelheid tegen de muur aan ketsen om vervolgens met een pirouette in het potje te belanden. 'Leer me om dat te doen!' mompelde hij, terwijl hij me met open mond aan staarde. 'Oefening baart kunst.' was mijn simpele antwoord.

'Jeremy! Join de club!' met gebroederlijke botsende knispergeluidjes omarmden mijn vrienden hem. Ik keek ze lachend aan terwijl ik me tussen iedereen door naar het midden wurmde. 'Dus, ze is alweer niet verslagen?' hoorde ik. Jeremy knikte lichtjes. 'Guess her beauty distracted you.' 'Met zijn leeftijd? Er zijn maar weinig mensen jonger dan hij.' mompelde ik. Maar ze hoorden me al niet meer, op gegaan in het feestgedruis. Voelde ik me nu eenzaam?

vrijdag 3 augustus 2012

Peptalk

Misschien moet ik vaker tags toevoegen aan mijn post. Het is iets wat ik altijd vergeet. Zowel hier als op tumblr trouwens. Nee dan is twitter toch handiger. #mededeling en voila je hebt een tag. Ik zou sowieso niet weten wat voor tag ik zou moeten gebruiken hier. Veel leesplezier.

Ik was veel te verlegen om überhaupt nog iemand aan te spreken, dus ik was blij dat ik mijn vriendin had om tegen te praten. Af en toe stelde ze iemand aan me voor en af en toe kletste ik eens met iemand die me aansprak. Het grootste deel van de avond zat ik echter gewoon mensen te kijken. Ik deed het vaker, het was een soort hobby van me. En toen we eindelijk naar huis gingen was ik opgelucht. Er was niets gebeurd, ik was niet verkracht en ik had mezelf niet voor gek gezet. Net alsof dat trouwens daadwerkelijk zou gebeuren. Ik lachte schamper. Waarom dacht ik ook altijd in problemen? Ik zag allemaal ongelukken gebeuren en uiteindelijk gebeurde er natuurlijk niets. 'Vond je het leuk?' ik knikte enthousiast, maar het was een leugen. Oh zeker, ik vond het best leuk om te kijken hoe het nu was, maar je bent en blijft een buitenstaander in zo'n groep en dat was nu precies wat ik niet wilde. 'Laten we zo gaan slapen.' mompelde ik, ik was bekaf.
'Hé, jij zou fietsen.' mopperde mijn vriendin om me te klieren. Ik haalde mijn schouders op. 'Als je er op staat...'

Ik gooide mijn zilveren glitterschoenen op de grond. Het was het moment waarop ik sowieso wilde dat ik door de grond kon zakken. Niet omdat ik me erg beroerd voelde, maar gewoon omdat ik nieuwsgierig was naar hoe dat zou zijn. Logica van likmevestje trouwens. Ik snoof. En zuchtte. 'Alles goed?' 'Soms denk ik dat ik 's nachts slaap en de rest van de wereld gewoon door leeft.' 'Dat doen ze ook, maar niet hier.' 'Vind je het niet egoïstisch van me?' ze haalde haar schouders op. 'Je maakt je druk om niets. Je weet zelf dat het niet waar is. Waarom denk je er dan nog overna?' 'Er zijn wel meer dingen die niet waar zijn waar je overnadenkt.' 'True.' ik haatte dit soort gesprekken vanuit de grond van mijn hart. Waar leidde het immers heen? Het was zoiets als tegen de koude muur aan zitten en dat onprettig vinden, maar te lui zijn om een kussen te pakken om er tussen te doen.

'Ik heb geen doel.' 'Je bedoelt dat je doelloos bent?' ik schudde mijn hoofd. 'Nee, ik heb wel een doel. Maar zo voelt het niet. Het is een soort willoze lusteloosheid.' ik zuchtte. 'Ik wil vanalles doen, bereiken, maar ik kan me er niet meer toe zetten. Dat wat ik nu doe sloopt mij, dat wat ik wil doen wordt me onthouden.' 'Niet gemotiveerd dus.' 'Maar ik wil het graag, want zij willen graag dat ik het doe, ook al zie ik het zelf niet zitten.' 'Ik heb gewoon gelijk... je mist je droom. Ik weet wat je mist.' ik trok mijn wenkbrauw op. 'Sinds wanneer weet jij dat?' ik kreeg een lachende stoot tegen mijn schouder waardoor ik omviel. Weer een blauwe plek erbij, maar deze keer kon het me niet zo veel schelen. 'Vertel, wat heb ik nog niet. Wat mis ik?' 'Een goudvis.' 'Een goudvis?' ze knikte.

The closest way to fly (1)

Wanneer ik mijn haar gedaan heb kijk ik in de spiegel. Ik zie er zo anders uit dan normaal. Ik weet niet of ik de nieuwe 'ik' leuk vind of juist totaal niet, maar op dit moment kan het me niet schelen. Ik moest en zou een nieuw leven beginnen. Niet dat dat kon, maar toch. Het idee stond me aan. Niemand die de fouten kende die je in het verleden gemaakt had. En anderzijds niemand die al die leuke momenten van vroeger met je kon delen, niemand die jouw herinneringen kende en dus ook niemand met wie je ze kon ophalen.
Ik draaide een rondje en plofte neer op mijn bed. 'Hello life.' mompelde ik. Maar het was niet gemeend. Het liefst bleef ik hier binnen, zo lang als het kon en zoveel mogelijk contact vermijdend. Kluizenaar.

Ik draaide rond en rond en rond en rond. En rond en rond en rond. Niet dat het mijn problemen oploste, maar het het was in elk geval iets wat me dichter bij vliegen bracht. In gedachte hoorde ik zinnen uit series die ik gekeken heb. 'Dancing is the closest way to fly.' maar het was niet waar. Voor mij in elk geval niet.  Slapen, dán kwam je dicht bij vliegen. In mijn verbeelding konden we allemaal vliegen, verbeelding kan dingen zo veel mooier maken. En tergelijkertijd de mooiste dingen slopen trouwens.
Ik viel op de grond en knalde met mijn hoofd tegen het bed. Elke poging tot vliegen was gedoemd om te mislukken. The closest way to fly. Op de grond liggen en wachten tot alles om je heen vervaagd is.

De bult op mijn hoofd werkte ik handig weer weg. Niemand zou vragen water gebeurd was want niemand wist dát er iets gebeurd was. Ik keek naar mijn neus. Soms hoopte ik dat er kleine wezentjes op zouden zitten die begonnen te dansen zodra ik naar ze zou kijken. Maar ach, ik hoopte wel meer.
Ik denk dat iedereen zijn eigen manier heeft om te vliegen. Of dat nu dansen is, of berg beklimmen. Iets waar je een adrenalinekick van krijgt, elke keer dat je het doet. Je wilt er meer en meer en meer van. En we zijn er allemaal verslaafd aan. Vrijheid. En we willen allemaal onbewust hetzelfde, vliegen. Op onze eigen manier, want we zijn allemaal uniek. En juist daarom zijn we niet meer uniek. Of toch wel?


zaterdag 21 juli 2012

Struisvogelgedrag

Soms zit ik tot vrijdag avond te staren naar mijn scherm. 'Ik heb geen inspiratie.' mompel ik dan, net alsof dat een goed excuus zou zijn om niet te gaan schrijven.
Zo staarde ik van de week naar mijn schildersdoek. Ik moest en zou gaan schilderen. 'Ik heb geen inspiratie.' zei ik tegen mezelf. Maar ik moest en zou gaan schilderen. In felle kleuren kwamen er strepen op het doek te staan, steeds meer, steeds diverser, maar nog steeds had ik geen inspiratie. 'Het hoeft niets voor te stellen.' stelde ik mezelf gerust, maar het hielp niet. 'Het heeft geen betekenis.' zei een ander stemmetje in mijn hoofd en daarmee stelde ik mezelf tevreden. Het is precies het probleem, ik werk altijd vanuit een idee, een bepaald beeld. Zonder dat beeld lukt het niet.
Maar nu is het bijna af. Ik moet nog wat lijnen perfectioneren, maar de voorstelling is af. Ik kijk er naar. Het lijkt op mijn hoofd. Elke keer als je denkt iets te begrijpen, lijkt het te stoppen, toch net even anders te gaan, anders te zijn. Rommelig, chaotisch, maar wel gestructureerd voor wie de logica wil zien. 'Het betekend anders nog steeds niet.' 'Stil.' 'Ik heb gelijk, dat weet je.' 'Je hebt gelijk, ik kan het beter weer overschilderen.' maar het ligt er nog steeds, onaf. 'Je kunt het beter overschilderen.' ik knikte. Ik houd vaker hele gesprekken in mijn hoofd, ook met mensen die ik niet ken, ik stel me voor hoe ze zouden reageren, wat ze aan zouden trekken en nog meer van dat soort dingen. 'Laat maar.' zeg ik tegen mezelf. En het schilderij ligt er, nog steeds onaf.

Weet je wat het is met inspiratie? Zodra je er op gaat zitten wachten komt het niet. Enerzijds moet je jezelf er toe zetten om gewoon bezig te gaan om inspiratie te krijgen, anderzijds moet je jezelf niet forceren, want dan wil het ook niet echt. Maar wat is inspiratie. Is inspiratie niet gewoon de zin om iets te doen, als we het hebben over deze vorm van inspiratie? Of is inspiratie het opzoeken van beelden die je leuk vind, of juist niet? In dat geval ben ik er goed in, ik zoek continu 'leuke' plaatjes. En voor 'inspiratie' kies ik juist het moment uit zo'n plaatje. Ik wil de sfeer, dat ene hoekje, dat ene ding wat deze afbeelding voor mij speciaal maakt. Als ik zin en tijd heb, maak ik bladzijdes vol met sfeer, of schrijf ik mijn sfeerbeschrijvingen. Hé, heb ik niet al zo'n dergelijk blog gehad?

Mijn schilderij moet ik nog perfectioneren. Op zijn eigen manier is het nog best leuk, maar het stelt niets voor én het heeft geen betekenis, of beter, die heeft het wel, maar niet een die ik uitgesproken heb. En dat irriteert me. Als het dan geen betekenis heeft, laat het dan tenminste nog iets voorstellen. Nu is zijn surrealistische voorstelling slechts kleur op doek, met wat figuren die wat zouden zijn, oh ja, want geheel vormloos is het niet. Misschien moet ik het maar zo laten, onaf. In 3 opzichten. Geen voorstelling, geen betekenis én geen afwerking. Onaf, dat klinkt best aardig, maar is best aardig wel genoeg voor mij?

~
Voor enkele werkfoto's kun je naar mijn tumblr pagina gaan, daar staan wat foto's van het schilderij en het proces. Oh, en nog een hoop andere dingen die ik er bij zet, waarmee ik mijn blog niet wil onderspammen, dat werd de ondergang van Mimi Naona blogs. Al zeg ik het zelf.

zaterdag 14 juli 2012

When are we together again?

Het laatste wat ik me herinnerde is dat er ergens een deur open ging en dat er iemand in de deuropening stond. Daarna had ik geen energie en kracht meer over om dan ook maar enige beweging te maken, ademen was al moeilijk genoeg. Ik zakte steeds dieper weg naar droomachtige toestand, maar dan eentje die verder weg was. Als ik er aan toe zou geven zou ik er niet meer uitkomen, maar oh hij was zo aantrekkelijk.

De zoete geur van vanille stroomde mijn neus in, warme zomerse kleuren prikkelden mijn oogleden. Het leek alsof ze heel hard riepen 'Open je ogen, toe maar, er gebeurd je niets!' om vervolgens met zwaarden in mijn ogen te prikken als ik ook maar 1 seconden naar ze zou luisteren. 'Je hebt een doel.' dacht ik hard tegen mezelf, in de hoop dat het me zou helpen. Voor even scheen het dat ook te doen, maar daarna kwamen de aanvallen weer terug. En om het nog erger te maken, het geluid van een vrolijk kabbelend beekje sloop mijn oor in. Het klonk zilverachtig, fris, geamuseerd en speels. 'Toe maar, droom zacht.' fluisterde het beekje. Ik kneep mijn ogen stijf dicht. 'Heb je gezien hoe mooi het hier is?' ik sloeg mijn handen voor mijn ogen, in gedachten dan, want feitelijk gezien werkten mijn spieren niet, totdat het vergif uitgewerkt zou zijn.
Ik besloot mee te doen met de droom, mijn grenzen uit zou rekken, niet om mezelf te vermaken, of hen uit te testen, nee, dit was puur noodzakelijk. Ik moest wel, ik moest ooit ontwaken voor mijn geliefde, ik wilde geen Romeo & Julia einde, nu niet, nog niet.
Gekleed in wit linnen - waarom altijd wit? - balanceerde ik op het puntje van mijn rechtervoet, terwijl mijn andere been de lucht in zwiepte. Het moment daarop waren beide voeten van de grond los waarna mijn gewicht zich verplaatste naar mijn linker been, waarop ik landde. 'Kom, dans met ons.' riepen talloze stemmen en gewillig stemde ik toe. Het geluid van het beekje maakte plaats voor een opzwepende muziek die me steeds meer herinneringen van me afpakte en me steeds dieper de droom in hielp. 'HELP!' wilde ik roepen, maar zodra ik mijn mond open zou trekken zou ik verloren hebben en dus zweeg ik. De controle over mijn ledematen was ik kwijt. Mijn geest verzette zich nog eenmaal, het leidde slechts tot een verandering van plek. Ik was terug bij het meertje, nu totaal alleen. En de stilte deed nog veel meer pijn. Oude herinneringen kwamen me te boven en langzaam biggelden er steeds meer tranen over mijn gezicht. Mijn been kromde zich, liet mijn voet krommen en mij weer op het puntje van mijn tenen staan, de rest van mij hing er maar droevig bij.

zaterdag 7 juli 2012

The Curse - Gastblog

"Nee!" Mijn stem klonk schor, waarschijnlijk door het weinige gebruik ervan de laatste tijd. Mijn handen grepen in het niets om me heen, in een poging nog een deel van mijn zusje te vinden, te pakken, bij me te houden. Maar het was tevergeefs. Ze was weg. Voor altijd. Moedeloos zakte ik op mijn knieën neer, met mijn handen in mijn haar geklemd. Ik had haar beter moeten beschermen, na alle anderen die ze van me af hadden gepakt. Ik had het moeten weten. Begrijpen. Ik zou nooit rust hebben, en iedereen waar ik van hield ging eraan. Mijn hoofd tolde. Mijn oogleden voelden zwaar. Dit verlies voelde bijna nog zwaarder dan anderen. Nu had ik niemand meer. Behalve. "Wat doe jij nu hier?" Bang draaide ik me om en keek in de ogen van een jongen. Hij was even oud als ik, maar een stuk langer en hij leek veel ouder dan hij was, in tegenstelling tot mij, ik leek veel jonger. Hij had zwart haar, waarvan de puntjes zijn schouders net niet raakten. Zijn ogen waren lichtblauw. Heel lichtblauw. Altijd als ik erin keek leek ik betoverd. Zijn kleren waren ongekreukt en schoon, waarschijnlijk het tegenovergestelde van de mijne. Zijn glimlach moest ik altijd automatisch beantwoorden. Daniël. "Dat kan ik ook aan jou vragen." Mijn glimlach betrok. "Ga weg hier, nu." Ik stond op en duwde hem wat achteruit, wat haast onmogelijk was met mijn schaarse kracht. Hij lachte en pakte mijn schouders beet. "Ik ga alleen als jij ook gaat, het wordt al donker, moet je niet naar huis?" Hij wist het niet. Dat was iets wat ik me lange tijd voor had gehouden. Daniël mocht er niet van weten, hij zou alleen maar proberen te helpen, wat ik juist niet wilde wat hij deed. Zeker niet nu. Nu hij gegarandeerd de volgende was."Daniël, ga, alsjeblieft. Dan ga ik ook, ver weg, waar je me nooit meer ziet." Zijn lichte ogen keken me aan. Ze vroegen om uitleg, maar die kon ik niet geven. Hij hoorde de wanhoop in mijn stem. Wist dat ik geen grap maakte. "Alsjeblieft," zei ik nog schor en smekend. Hij was mijn beste vriend, en misschien wel degene die ik absoluut niet kwijt wilde raken. Degene die ik het liefst bij me wilde houden. Van wie ik hield. "Wat is er aan de hand?" In zijn stem klonk ernst, en bezorgdheid. Om mij. Hij gaf om mij. Hij wilde zich niet zo maar omdraaien en mij achterlaten, zelfs niet als hij het zou weten en dus wist dat hij daarmee zijn leven redde. "Er is niets." Natuurlijk geloofde hij dat niet, maar wat moest ik dan zeggen? De waarheid? "Als je niets zegt blijf ik alleen maar hier, terwijl je mij zo wanhopig weg probeert te krijgen." Hij trok een wenkbrauw op. Natuurlijk moest hij het weten. We hadden nooit iets voor elkaar verzwegen. Behalve dan.. "Het is dat.. je weet wel, dat we een paar weken geleden op vakantie gingen?" Ik kreeg een brok in mijn keel. Alleen al het denken aan die dag deed veel te veel pijn om verdraagbaar te zijn. "Er zijn toen.. dingen gebeurd. We maakten een boswandeling, en ik verdwaalde. Maar ik vond een soort klein gebouw, een tempel. Ik ging naar binnen. Het was groot, en leeg, op een klein gouden beeldje na. Ik liep erheen en keek ernaar en plotseling begonnen de ogen van het beeld licht te geven. De tempel schudde. Ik voelde iets, het was een vreemd gevoel vanuit mijn tenen tot in mijn hart. Toen was alles weer stil. Alles leek rustig. Maar het was niets minder dan rustig.

Ik was vervloekt." Mijn mond voelde droger dan hij ooit geweest was. Mijn hart bonsde, alsof ik weer in de tempel stond en alles om me heen bewoog. "Dus, een beeldje begon licht te geven, en toen was jij plotseling vervloekt?" Het klonk niet spottend, verre weg daarvan. Hij begreep het gewoon niet. Hij kon het ook niet begrijpen. Niet als hij niet daar was. Niet als hij niet de vervloeking door zijn lijf had voelen stromen. "Ja. En iedereen waar ik om geef krijgt een ongeluk. Zo'n vreselijk ongeluk dat je alleen in films ziet. Alsjeblieft, ik wil niet dat dat ook bij jou gebeurt." Ik wilde het niet. Het mocht niet. Hij moest gelukkig worden. Ik doodongelukkig. Hij moest verder gaan met zijn leven. Oud worden. Een goede baan krijgen. Een mooi huis. Een vrouw... "Ik ben niet bang." Hij had een schittering in zijn ogen die mijn humeur altijd beter maakte, maar vandaag leek het alsof die zijn kracht had verloren. "Maar ik wel." Mijn stem stokte. Ik was bang. Doodsbang. Maar Daniël spreidde zijn armen en zonder twijfel sprong ik erin. Dicht tegen hem aan, waar de geur van het bos mijn neus in kroop. Waar de druk van zijn armen om me heen me een veilig en liefdevol gevoel gaf. Ik moest me niet zo voelen. Niet nu. Ik moest aan zijn veiligheid denken. Maar de aandrang om hem de rug toe te keren en weg te rennen slonk met de seconde. Nu ik hier bij hem stond. Tegen hem aan. Met mijn oor op zijn borst waaronder ik zijn hart kon horen kloppen en zijn adem die ik door mijn haren heen tegen mijn hoofdhuid voelde strelen. Voorzichtig hief ik mijn hoofd op zodat ik in zijn lichte ogen kon kijken. "Ik hou van je." De woorden klonken zacht en hees uit mijn mond, maar ik was zeker dat hij me hoorde. De vriendelijke uitdrukking op zijn gezicht maakte plaats voor een verbaasde blik. "Hou je van me?" vroeg hij, bijna even hees als ik. Er klonk geroerdheid in zijn stem, dat mijn hart op deed springen. "Ja." Er verscheen een schittering in zijn ogen die ik nog nooit gezien had. Een schittering die tien maal sterker was dan anderen en direct effect had en vlinders door mijn buik pompte. Een schittering van geluk. "Ik hou ook van jou," zei hij zacht en het duurde nog geen seconde voor onze lippen aan elkaar waren geplakt. Alle gevoelens die ik sinds ik hem op mijn vijfde ontmoette zaten erin. Mijn hart sloeg op hol en leek salto's achter elkaar te maken in mijn buik. Er stroomde een gelukzalig gevoel door me heen wat ik nooit eerder gevoeld had maar mijn lichaam deed tintelen. Liefde. Mijn handen lagen op zijn borst. Zijn armen vormden een lichte druk om mijn heupen. Een zacht briesje liet onze haren om ons heen wapperen. Alles leek perfect. Hier, in dit verlaten weiland, met de jongen waarvan ik hield. Al zo lang als ik me kon herinneren. Ik wenste dat dit moment nooit op zou houden. Dat ik voor altijd met hem kon zijn. Maar dat was mijn lot niet. Het zachte briesje nam een sterkere vorm van zich aan en ik voelde Daniëls greep om mijn heupen wat verzwakken. Vragend keek ik op. Hij staarde naar iets achter me, iets wat zijn pupillen deed groeien naar een bange blik. Een doodsbange blik. Nog steeds in zijn armen draaide ik me om en mijn hart sloeg een keer over van angst. Voor me rees de grootste tornado op die ik ooit had gezien. Sterke wind sloeg ons om de oren. Ik draaide me om en zag hoe Daniël naar me keek. Bang. Doodsbang. Maar nog vol liefde. Er woei een scherpe wind die zijn benen de lucht in tilde, terwijl ik vastgelijmd leek aan de grond. Onze handen waren het enige wat ons nog aan elkaar verbond. Maar lang zou het niet meer stand houden. Ik kon hem niet bij me houden. Hoe graag ik ook wilde. Mijn pinken schoten los. Nee, het had veel te kort geduurd. Het kon zo veel meer worden. Mijn ringvinger. De blik in zijn ogen wilde mij geen seconde loslaten. Ze keken bezorgd. Zeiden dat ik op mezelf moest letten. Mijn andere vingers gleden los, maar hij kon nog net mijn polsen grijpen. Alsof ik een reddingsboei was in een wilde stormzee. "Ik hou van je," zeiden zijn lippen, maar zijn woorden werden overstemd door de wind. En toen kon hij me niet meer vasthouden. Zijn handen glipten los en de wind trok zijn lichaam mee omhoog. Terwijl ik daar stond. Ik moest kijken hoe zijn lichaam gebroken werd hoog in de lucht. Horen hoe hij schreeuwde. Bang. Doodsbang. Horen hoe ik gilde. Om hem. Alleen om hem. Voelen hoe mijn hart definitief brak toen hij in de tornado verdween. Voor altijd. En eeuwig. Zodra hij uit het zicht was nam de wind af tot het onschuldige briesje wat het was geweest. Het uitgerukte gras leek nooit uitgerukt te zijn geweest. Bloemen groeiden. Vogels floten. Alles leek normaal. Hetzelfde. Maar het was niets minder dan dat. Hij was weg. Ik was gebroken. Moedeloos liet ik mezelf in het gras vallen. Een schreeuw. Uit mijn mond. Om hulp. Troost. Maar de troost die ik zocht kwam van hem. En die zou ik nooit meer kunnen krijgen. Geluidloze tranen stroomden over mijn wangen. Het voelde alsof er net een kudde olifanten over mijn lichaam gewalsd was. Gebroken. Moedeloos. Alleen. Na voor mijn gevoel eeuwen zo te hebben gezeten vond ik ergens de kracht om op te staan. En ik liep. Of beter gezegd, ik sleepte mezelf vooruit. Naar iets waar het misschien ietsje beter zou zijn. Maar ik vond niets. De omgeving veranderde nauwelijks. Alleen weilanden. Soms wat bomen. Prachtige bloemen. Maar ik zag er de schoonheid niet meer van. Het gevoel van verdriet en verlies drukte te erg op me. Langzaam begon het te schemeren. De lucht kleurde rood en de zon zakte achter de horizon. Er stak een iets sterker windje op, maar dat voelde ik niet meer. Het leek of ik niets fysieks meer voelde. Alleen nog de pijn van het leven. Diep in de nacht kwam ik pas op het punt waar de schoonheid van het landschap op hield. Mijn voeten stonden aan de rand van een ravijn waarvan je de bodem door de duisternis niet kon zien. Hier hield het op. Er schoot een idee in mijn hoofd. Was de vervloeking bestemd tegen de dood? Zou het het voorkomen, of zou het eindigen bij het eind van het leven? Hield het hier op? Mijn hoofd schoot van links naar rechts en keek toen weer naar beneden in het ravijn. Was het het proberen waard? Alleen al het idee van het misschien terug zien van Daniël haalde me over. Ik zette mijn voeten nog dichter naar de rand. Als het niet lukte was dit mijn slechtste impulsieve actie ooit. Maar als het wel lukte.. Ik hield mijn adem in. En sprong. De tijd leek even in slow motion te gaan. Ik zette me af tegen de rand en viel. In de duisternis. Wind floot in mijn oren. Het leek of ik vloog. Maar uiteindelijk was het daar. De klap van de grond die me de adem benam. Maar het gevoel van het breken van al mijn botten had ik niet. Het benam me lettelijk de adem. Het was zwart voor mijn ogen, maar niet het zwart van de donkere hemel. Het zwart van de dood. De geur van de bloemen en bomen rook ik niet meer. Het gevoel van pijn en verdriet was uit me gevloeid. Voorzichtig en een beetje trillerig stond ik op. Ik voelde me onzeker. Hield de vervloeking hier wel op? Het antwoord waren twee armen die zich van achter om me heen sloegen en een stem die in mijn oor fluisterde. "Waar bleef je zo lang?"

Dit blog is geschreven door Lisa Nijmeijer, zij is de gastblogger  van deze week.  Wil je meer informatie over haar en haar schrijfwerk? Dan kun je een mailtje sturen naar Lisanijmeijer@kpnmail.nl

Voor alle andere verbeteringen, suggesties e.d. kun je mailen naar wangumatokeo@blogspot.com

zondag 1 juli 2012

La vie en rose?

'Voila.' Rechts van mij werd een bordje op tafel neer gezet met mijn croque-monsieur en mijn café-au-lait. 'Merci.' knikte ik bemoedigend naar het serveerstertje. Erg lang moest ze hier nog niet werken.
Vroeger kwam ik hier vroeg in de ochtend, de zaak nét open, gehaast. De sfeer van het cafeetje trok me toen al aan. Ik piepte er langs, at mijn croissant en goot de koffie over in mijn thermoskan, waarna ik gehaast naar mijn werk leek te vluchten.
Nu was dat wel anders. Zo rond half 10 kwam ik hier aan, zette mijn zwarte laktas op het krakende rieten klapstoeltje naast me en viste enige  beauty-artikelen uit de vakken en stalde ze voor me uit. Terwijl mijn bestelling werd opgenomen besteedde ik enige aandacht aan mijn uiterlijk waarna ik een voor een mijn spullen weer opruimde. Ik at rustig mijn hier bestelde ontbijtje op, dronk mijn koffie en keek rond. Er waren veel vaste klanten zoals ik, sommigen kwamen op enkele dagen, anderen alle dagen en sommigen alleen wanneer ze iemand in gezelschap hadden.
Klokslag 10 kwam er een studente aangebalanceerd, op haar hoge hakken over de klinkers van het straatje. Het was het moment waarop ik óf weg ging, óf nog een drankje bestelde.
'Geen muziek vandaag?' verbaast keek ze om. Ik wees met mijn vinger langs mijn oor omhoog. 'Oh, mijn koptelefoon, nee die is stuk.' ze kwam vanaf de eerste zomerdag hier nu elke dag en praatte, na een kwartier gezwegen te hebben, vol uit. Zo'n meisje met idealen, hakken en een smartphone, zo'n meisje.

Ze pakte haar roze zonnebril uit haar tas en plakte er twee beschreven memoblaadjes aan. Ik keek haar even vragend aan maar ze zei niets. 'Hiermee verander ik de wereld.' mompelde ze, terwijl ze met haar ogen naar een van de vaste gasten wees. Ik volgde haar blik en keer haar weer vragend aan, maar ze negeerde dat.

Met een piepend geluid sloot ik de deur weer achter me. Vandaag was ze niet gekomen, vandaag had er een bril voor mij gelegen. Voor mij slechts een fotootje van het meisje, maar dan een paar jaar terug. "Des yeux qui font baisser les miens, Un rire qui se perd sur sa bouche"  Ik had zelf op het idee moeten komen. Opbeurende teksten. Daarom kwam ze elke dag. Ze zag de mensen zoals ze waren, luisterde naar hun gesprekken. Haar was het niet te doen geweest om de aandacht. Het was haar realiteitszin die ze overbracht op anderen. Een roze bril om niet meer op te doen. Eén tekst. Voor iedereen iets anders.
Maar toch. Eén tekst. Ik wild dat ik dat kon. Ik lag in bed, gestopt de dagen te tellen. Het levensritme zat er nog in, maar elke avond lag ik hier weer. De scènes speelden door mijn hoofd, hele conversaties met mensen die er toe deden, die naar me luisterden alsof ik briljante ideeën had, mijn anonimiteit respecteerden.

Ik wachtte op de wekker die af zou gaan, nog eenmaal in mijn wereldje kruip ik, om er ruw weer uit getrokken te worden. Vandaag was ik weer mezelf, anoniem omdat ik mijn mond niet open zou trekken. Misschien daarom die tekst. Hij zou het niet weten als ik mijn mond niet open zou trekken, maar het ging niet om hem. Het ging om alles wat ik wilde bereiken.


zaterdag 23 juni 2012

Update :D

Helaas even geen stukje deze week, maar vanaf volgende week staan er weer nieuwe stukjes online.
Zoals wel duidelijk was uit de beschrijving over mij, afgelopen jaar zat ik in 5 Havo, nu ben ik geslaagd :D.
Natuurlijk houd ik daarnaast mijn "studentenleven" op peil door het bezoeken van amicale feestjes, sociëteiten e.d.
Verder was ik de afgelopen tijd druk bezig met redactionele werkzaamheden van het jaarboek van onze school. Hartstikke leuk, maar ook lastig, beetje stressen. Het resultaat mag er zijn.

Wat ik nu ga doen? Na de zomer hoop ik te starten met de opleiding pedagogiek, daar heb ik super veel zin in, maar het blijft ook een beetje spannend natuurlijk. Van de week had ik een intake, dat was heel erg leuk, dus dat komt vast helemaal goed.

De komende tijd hoop ik gewoon verder gaan met het plaatsen van blogs, er komt nog een klein wedstrijdje  en er komen blogs aan van gastbloggers, awesome! Dus ja, er is weer van alles om weer naar uit te kijken.

En natuurlijk, op verzoek, geef ik ook nog even mijn mening over het voetbalgebeuren. (Het is dat ik er om gevraagd werd, anders had ik het niet gedaan haha.) Ik vind het terecht dat we de poule niet zijn doorgekomen, we zijn nu gelukkig weer thuis. Zowel de supporters als de spelers waren er, naar mijn mening, duidelijk niet klaar om verder te gaan. Het gaat om het spel, niet om de strijd. Als je kijkt naar hoeveel overtredingen er telkens gemaakt werden... En van de supporterskant lagen de verwachtingen te hoog. Er kwam veel te veel kritiek, soms is dat goed, maar er zijn grenzen. Inmiddels scharen we ons als 'halve fans' achter de andere europese landen die nog wel in de running zijn en kijken we stiekem toch wel even uit naar de finale. En voor de voetbalfans die voetbal niets vinden en alleen naar Nederland keken (of helemaal niet...) komen de Olympische Spelen er weer aan. Dát is pas sport!

liefs, Ella

zaterdag 16 juni 2012

De geheime opdracht (part one)

De zachte zwoele zomerwind woei door mijn haren. Mijn kleding wapperde met de wind mee en ik deed een bijna poging om mijn haar niet in mijn gezicht te laten waaien, het in model houden had ik al opgeven. Dit waren van die momenten waar ik van hield, hoewel ik verlangde naar de koelte van regen, sneeuw, vandaag zou ik genoegen nemen met de koelte van de nacht. De schaduwen maakte de dag temperatuur nét dragelijk en het zou eigenlijk een perfecte zomerdag geweest zijn, ware het niet dat ik stond te wachten op mijn opdracht.

Eigenlijk begon het geheel anders. Ik stond ergens te wachten, spreekt iemand me aan. Niets bijzonders, gebeurd toch zeker wel vaker? De persoon in kwestie snijdt een onderwerp aan en vraagt dan halverwege 'Vindt jij dat ook?'
Hier stop ik even. Vindt jij dat ook? Een vraag die reactie uitlokt, misschien wel een reactie die je eigenlijk niet wilde geven.
Tegelijkertijd duwt 'Vindt jij dat ook' je in een hoekje. Het suggereert dat het normaal is dat te vinden, dat je niet de enige bent die dat zou vinden (of juist niet), sterker nog... je wijkt misschien wel erg sterk af van de groep wanneer je dat niet vindt...
Vindt jij dit ook lokt uit tot een reactie, wellicht een heftige, een discussiepunt, bovendien wil 'ook' bijna altijd in dit geval zeggen dat de spreker dit ook vindt, of dat hij (of zij natuurlijk, maar het was in dit geval een hij,) en dat kan voor verwarring zorgen. En ik hoor mijn ouders nog zo zeggen 'Alegria, Alegria, praat niet met vreemden!'

Zodoende heb ik een vaag gesprek gehad waarin mijn antwoorden geforceerd werden. Ik werd geduwd naar een punt toe en zo sta ik dus vandaag te wachten. Oh zeker, ik heb wel gehoord wat ik moest doen... ik zou een envelop krijgen, een paar instructies en als ik die gewoon uitvoerde zou er niets aan de hand zijn. Jaja, eerst zien dan geloven.
Het geritsel in de struiken doet me af en toe opkijken, is daar wat? Nee, een kat. Of slechts de wind. Zou ik misschien al aan het begin van mijn opdracht falende zijn?

zaterdag 9 juni 2012

Dans rond het zwanenmeer// part two

Misschien moet je weten wat hiervoor gebeurd is, niet dat het daadwerkelijk zo zeer uitmaakt, maar om het verhaal te kunnen snappen. Veel gebeurd is er niet, qua gebeurtenissen, wel qua indrukken, anders zou dit niet te lezen zijn.
Het was een van de dagen dat ik zou repeteren voor de eindexamenklasvoorstellingen, mijn beste vriendin was bezig met een decor en ikzelf en nog wat groepsleden waren al weken bezig met de choreografie van onze dans. Het was druk, heftig, emotioneel, want naast het repeteren leerden we onze examens en, lees verslaafd als ik was, droomde ik weg in de wereld van Tolkien en in de wereld die gecreëerd was alsof er werkelijk geen onderscheid was tussen fantasie en werkelijkheid, Never Ending Story van Michael Ende.
Misschien waren we te nieuwsgierig en probeerden we te veel uit, maar volgens een van ons, het doet er niet eens meer toe wie, moest het ook voor ons mogelijk zijn om via onze dans in zo'n andere dimensie te komen. Ik heb haar hartelijk uitgelachen, het leek me praktisch onmogelijk, maar juist zij is de reden dat ik hier nu zit.

Ik blies in mijn inmiddels verkleumde handen, ze waren vies, nat en koud evenals mijn andere ledematen. 'Is daar iemand?' mijn stem galmde door de holle ruimte. Waar was iedereen gebleven, samen uit samen thuis toch? Maar sinds onze voorstelling had ik ze niet meer gezien. Ik probeerde mijn spitzen enigszins te reinigen met boombladeren maar veel zin had het niet. Wat had er nog wel zin? Deze droefgeestige plek maakte dat ik in opstand wilde komen tegen alles wat op mijn pad kwam, de muggen verpesttten er mijn huid en de kille buitenlucht liet me mijn afweerschermen hoog optrekken, geen mens die me nog zou bereiken.

Waar was het allemaal fout gegaan? Onze repetities waren voorbeeldig verlopen, onze voorstelling ook, we kregen luid applaus, bloemen en vele hartelijke reacties. Er moest ergens een gat in mijn geest zitten, maar ik kon deze niet aanwijzen, dit irriteerde me mateloos. De eenzaamheid waarin ik verkeerde deed me smachtten naar meer aandacht, scheen me bijna te forceren om te dansen tot ik er dood bij neer zou vallen, maar iets aan deze plek scheen hier niet thuis te horen. Er moest iets zijn wat mijn gedachten in zijn of haar greep hield. Maar wat?

zaterdag 2 juni 2012

De regendruppel // De val

Een onrustig gevoel overtuigde me van het feit dat dit niet bepaald de meest ideale dag was om te vallen. Ik was er van overtuigd dat mijn leven een belangrijk doel zou hebben. Dit doel, dat alles behalve klein en nietszeggend zou moeten zijn, daar richtte ik mijn hele leven al op in. Tevergeefs probeerde ik het felle licht te weerstaan. 'Je moet samenblijven.' was me altijd gezegd, want kracht van ons, van jou, van mij, zat 'm in het samen zijn.
Banden die je kan smeden, aansterken, gedwongen of ongedwongen, banden maken je sterk. Dat was mij tenminste verteld.

Enerzijds was vallen iets aantrekkelijks. Ik moet eerlijk toegeven dat vallen voor mij voelde als een persoonlijk proces. Het zou zeker veel meer vrijheden geven dan ik ooit had mogen en kunnen dromen. Niemand kan zeggen dat je verkeerd valt als je naar voor, achter, links of rechts zou vallen. We vallen toch wel naar beneden, uiteindelijk.
Vrijheden die ik me zou kunnen permitteren, een geruststellende gedachte, zelfs als deze vrijheden alleen maar tijdelijk zouden zijn. Want dat waren ze. Gelukkig, want het belette mij totaal uit de band te springen. Structuur had je nu eenmaal nodig. Anderzijds was vallen iets engs, iets afstotelijks en iets naars. Wie bepaalde hoe ver jij zou vallen? Wie bepaalde hoe je neer zou komen? Jijzelf in elk geval niet. De adrenaline-kick die je krijgt van het gevoel, van het vallen, maakte de angst vooraf niet bepaald ongedaan. Misschien was deze angst meer onnatuurlijk dan het scheen. Kwam deze voort uit persoonlijke prestatiedrang? Ik had werkelijk geen flauw idee en dat irriteerde me dan ook mateloos.
Deze keer was er niets wat je zou redden van deze val, je kon niet overleven als groep, er sloten zich steeds meer aan en je kon ze niet weigeren, maar ook als individu was overleven uitgesloten. Je zou volkomen nutteloos zijn. Deze vreemde keuze attendeerde mij weer op mijn angst. Welke nu te kiezen?

De een na de ander viel weg. Om mij heen ontstond een loze ruimte. Ik werd zwaar van schuldgevoel, voelde me niet meer op mijn gemak nu de nabijgelegenen vertrokken waren. Aan het begin had ik ze nog gezocht, doch nu had ik geaccepteerd dat zij er niet meer waren.
De leegte maakte me eenzaam en deed me des te meer verlangen naar zo'n val, zoals ook zij die gemaakt hadden.

De leegte om me heen maakte me bewust van het ik als individu. Geen groepsdruk, geen groepsvertrouwen, maar vooral geen luidruchtig geroezemoes, geen achterlangse geruchten die je leven actiever maakte...
Ik viel weg in een stroom van gedachtenspongen.
Wegvallen. Maar dan anders.

Eindelijk was het dan zo ver. Mijn tijd om te vallen was aangebroken. Ik maakte me breed en probeerde me te concentreren. Dit was mijn moment, hier ging ik van genieten. Mijn zenuwtrekjes staken weer op, ik sprong en liet me gaan. Ik kwam al mijn maatjes tegen.
Soms ging ik sneller, dan minderde ik vaak, de wind gierde om mijn oren en blies me deels uit mijn valrichting. De kleuren in mij reflecterend maakte mijn val alleen maar fascinerender.
Wanneer het einde in zicht kwam haalde ik adem. Ik stortte neer en stuiterde weer omhoog, om vervolgens weer neer te stuiteren en mee genomen te worden in een stroom van mezelf, of wij. Water.

zaterdag 26 mei 2012

De milieubewuste school

Waar de ene school bezuinigt op stookkosten (leerlingen trekken maar een warme trui aan,) bezuinigt die van ons op papier.
Docenten printen geen werkbladen, studiewijzers begrippen en/of woordenlijsten uit, geen uitwerkingen. Of je die zelf even wilt uitpriten. Wat natuurlijk slechter voor het milieu is want leerlingen printen dit soort dingen niet dubbelzijdit uit en gebruiken dus veel meer papier = meer bomen die gekapt moeten worden.
De kachels gaan om half 8 aan en om 5 uur weer uit en zijn aan en uit te zetten door de leerlingen die naast de kachels zitten. Iemand die het koud heeft draait de de knop helemaal open en de verwarming wordt gloeiend heet. De ramen staan veel te vaak niet open en het is haast verbazingwekkend dat er geen leerlingen flauw vallen.
Waarom zit er geen maximumtemperatuur op, met een normale temperatuur, of zit er geen thermostaat in de klas? Op korte termijn een dure besteding, mara op lange termijn een milieubewuste bezuiniging die veel geld bespaart. Die kachel kan sowieso wel lager, we kleden ons wel warmer.
Terug naar het papier. Voor een gemiddeld werkstukje typen we 15 kantjes (of schrijven we er +- 30) en worden wij geacht deze uit te printen. Dat we daar als laatste jaars havisten dan gezamenlijk 17000 papiertjes voor uitprinten voor één zo'n opdracht, terwijl we ook een onlinesysteem hebben, daar ligt niemand wakker van.
Leraren mogen op één dag max. 50 A4tjes uitprinten, daar kun je nog geen toetst van geven. Wat wordt de volgende maatregel, moeten we onze eigen toetsen gaan printen en ook maar zelf even de nakijkmodules hiervan?

zaterdag 19 mei 2012

Nieuwe schoenen

'Je kunt maar beter schoen worden, dan kom je nog eens ergens.' deze uitspraak hoorde ik van de week en het zette me aan het denken. Mijn eerste gedachte was 'Nee, helemaal niet.' maar de vraag is waarom wel of niet. Meteen maakte ik een lijstje (schijnt overigens een typische vrouweneigenschap te zijn...) en daaruit werd ik natuurlijk niets wijzer.

Als je een schoen bent kom je ergens. Klinkt erg aannemelijk. De meest voor de hand liggende gedachte is dan 'Klopt, want als je aangedaan wordt loop je van bestemming tot bestemming.' maar dat is dus niet waar. Natuurlijk het kan waar zijn. Maar als je aan de voet zit van een of andere moeder, kom je alleen in de supermarkt, bij de school en bij een paar vriendinnen en wat familie. Zit je daarentegen aan de voet van een reiziger, is de kans dat je over de hele wereld komt toch veel groter.
Wordt je geproduceerd in een land als China, is je kans om wereldwijd terecht te komen ook veel groter dan wanneer je geproduceerd bent in Liechtenstein, ik zeg maar wat geks.
Misschien wordt je wel na een seizoen gedragen te zijn weg gegeven aan 'de arme kindertjes in Afrika' en dan heb je inmiddels al heel wat landen gezien... China, alle landen waar je langs vloog/voer/reed op weg naar een Europees land, België ofzo... en dan niet te vergeten, alle landen waar je langs kwam om je bestemming in Afrika te vinden.
 Ik zou niet een van mijn schoenen willen zijn denk ik. Het lijkt me niets om overal maar heen te moeten zonder dat je daar zelf invloed op hebt. Je slijt wat, wordt nat, vies, slecht behandeld... maar hé, je bent toch maar een ding.


Wellicht is het belangrijker om bewust te zijn wat voor schoenen je hebt, wie ze maakte of waar ze gemaakt zijn in welke omstandigheden dan dat je je afvraagt hoe het leven van je schoenen eruit ziet. Anderzijds, de moderne consumptiemaatschappij maakt ons tot een stelletje fanatiekelingen die tig paar schoenen nodig denkt te hebben. Hebben we dat wel?
Misschien ligt bewustwording meer bij het feit dat je kritische vragen stelt, zelfs als je het antwoord niet weet.

zaterdag 12 mei 2012

Rucuerdos (final part)


Terwijl ik mijn natte kousen uit mijn laarzen haalde, ze van mijn voeten haalde en in de wasmachine gooide, hoorde ik de auto de oprit op rijden. Ik vermoedde dat het mijn zusje was, maar zeker weten zou ik het nooit doen. Op mijn blote voeten wilde ik naar het gordijn lopen, het gordijn openschuiven om te zwaaien. Het enige wat dát verhinderde was ik zelf. Ik gooide de deur van de hal open naar de woonkamer, om vervolgens naar het raam te lopen. Ik struikelde bijna over een donker voorwerp en in mijn haast keek ik niet wat het was. Het was donker. Ik zag mijn handen trillen toen ik het gordijn open sloeg. Er hing een groot donker papier, waarschijnlijk blauw of paars, met lichte letters. Wit? Zilver? En een grote vlek. Rood? Bloed? Ik wist het niet. Terwijl ik het licht aan knipte om de letters te kunnen lezen viel mijn blik op het lijk, het voorwerp waar ik zonet over gestruikeld was. In mijn ogen moest iets van afschuw te lezen zijn geweest, want ik hoorde vlak bij mijn oor een zacht gegrinnik. Dat was het moment dat ik me niets meer kan herinneren, tot ik wakker werd. Dat lijk was mijn zusje geweest, dat wist ik zeker, maar nu moest ik opzoek naar de daders. Ik keek weer rond. Een gevangeniscel. Werd ik beschuldigt van haar dood?
 
 
Suggesties zijn te mailen naar wangumatokeo@gmail.com 

zaterdag 5 mei 2012

Rucuerdos (third part)

En een niet al te lang derde deel van de eerder gepubliceerde  vierdelige serie Rucuerdos.


Zijn hand lag op mijn gezicht. Ik rilde. 'Doe maar niet.' mijn stem trilde. Zijn ogen, hij keek me strak aan, waren gevoelloos. 'Laat me los.' de tranen stonden in mijn ogen. Machteloosheid, woede, angst. Hij liet me los. 'Ik weet meer dan je denkt.' ik haalde onverschillig mijn schouders op. Het was meer angstig, maar onverschilligheid is makkelijker om te spelen. Hij stond op en liep weg, terwijl hij in mijn oor fluisterde: 'Stap de drempel niet over!' en ik bleef achter, terwijl ik me afvroeg wat hij bedoeld had.
Mijn telefoon ging. 'Hallo?' geen gehoor. Gekraak. 'Ik meen het.' en er werd opgehangen. Ik herkende de stem maar kon hem niet plaatsen. Ik had kunnen weten dat hij het was, maar dat deed ik niet.' 'Sindsdien ga ik altijd door het raam naar binnen.' eindigde ik mijn verhaal. Ik keek rond. Om me heen zaten de mensen van wie ik hield, mijn broer, enkele vriendinnen en mijn jongste zusje. Eén deel van mijn verhaal had ik overgeslagen. Het stuk waarin ik over de drempel van mijn huis ging. Mijn moeder heeft dat niet overleefd. En de keer daarna, bij mijn broer. Dat werd het afscheid van mijn vader. Ik kán het ze niet vertellen, ze zouden me niet geloven, me negeren of ontzettend teleurgesteld in me zijn.  Persoonlijk zag ik het als een vloek. Zal ik hem ooit nog zien? Hij die me waarschuwde? Of was hij de oorzaak van dit alles? Vlak voor de deur bleef ik staan. 'Nou totziens dan hè?' Ik vroeg me af wat me er toe had gebracht om mijn verhaal te vertellen, het voegde niets toe. Alleen meer schuldgevoel, omdat ik gebruik maakte van mijn probleem om minder langs te kunnen komen en eigenlijk was ik wel zielig. Qua gedrag, bedoel ik. 

zaterdag 28 april 2012

Rucuerdos (second part)

Kort vervolg, op het op MimiNaona gepubliceerde Rucuerdos part one.


'Néé!' badend in mijn eigen zweet werd ik wakker. Ik sperde mijn ogen wijd open en keek  recht in helder blauwe ogen die me strak aankeken, een beeld wat ik nog veel vaker zou zien, maar dat wist ik toen nog niet. Ik kauwde op mijn met kaas belegde cracker en probeerde elke vezel te proeven, iets wat niet lukte en daarmee een vergeefse poging was. Ik keek op de klok. Half 3. Natuurlijk.  Langzaam liep ik de trap op en ik hoorde hoe de wind door de straten blies en ik rilde bij de gedachte dat ik morgen door de stromende regen met tegenwind moest fietsen. Een knal. Mijn slaapkamerdeur sloeg dicht. Ik holde de trap verder op, opende de deur en wilde het raam sluiten. Het was, tot mijn verbazing, al dicht. Vreemd. Ik draaide me om, liep mijn kamer uit en opende de badkamer deur. Een paar blauwe ogen, dezelfde als net? keek me aan. Ik opende mijn mond om wat te zeggen en sloot hem weer. Hij legde zijn vinger op mijn mond. 'Shh, niet nu.' hij streek een pluk haar achter mijn oor en verdween net zo snel als hij gekomen was. 'Lotte!' schoot het door me heen. Hij was vast en zeker opzoek naar mijn zusje. Ik ben haar uit het oog verloren na het zoveelste misverstand. Mijn schuldgevoel zorgde voor onze scheiding. 

zaterdag 21 april 2012

Rucuerdos (first part)

Dit deel zou als eerste deel van Rucuerdos gelezen kunnen worden, het draagt de oorspronkelijke titel 'Rozenblaadjes op het dorre gras.' een op Mimi Naona gepubliceerd stuk, door mijzelf geschreven, zoals altijd.
 
Ik hield niet van zijn manier van praten. Als je vroeg hoe het met mij ging, gaf ik gewoon antwoord, maar als je het aan hem vrroeg, antwoordde hij iets als 'Wat gaat jou dat aan?' afschuwelijk. Ik kon me er verschrikkelijk aan ergeren, iets dat ik eigenlijk dan ook maar deed. Zijn gedrag, was ook de reden voor mijn verhuizing. Het was niet dat ik hem niet mocht, maar meer voor de veiligheid van mij en mensen om me heen. Niet dat het hier veilig is, maar alle kleine beetjes helpen, denk ik zo. Misschien.  
Ik was bang, voor mijn zusjes leven. Ze was pas 7 jaar oud en wat stil voor haar leeftijd. Ze praatte nauwelijks, maar ik heb de indruk dat ze veel intelligenter was dan ze leek. Als ze buiten zat, op de stoeprand, was ze misschien wel verhaaltjes aan het verzinnen, het was jammer dat ik haar dan altijd naar binnen sturen moest, haar teleurgestelde gezicht, veiligheid bovenalles. Ja dat zal dan wel. Op school was ze nog stiller dan thuis en men dacht dat ze dom was. Ze pratte niet en werkte nauwelijks. Klasgenootjes nergeerden haar, maar echt gepest werd ze niet. 
Soms kwam haar juf, een kleine mollige Surinaamse vrouw, wanhopig naar ons toe om te vragen wat ze met mijn zusje aan moest. Ze had absoluut geen last van haar, maar de stilte die ze had, haar levendige ogen, ze kon er niets mee. Wel zielig, het was een lief mens. 
Bang om, allen die me dierbaar waren, te verliezen. 
Ik kon wanhopig mijn hoofd tegen de muur bonken. Mijn huid open krabben of schreeuwen. Het voelde zo waardeloos om machteloos te moeten zien. Ik vroeg me af waarom ik dit was die deze problemen over me heen had gehaald en waarom ik me toen niet gerealiseerd had wat de gevolgen zouden zijn. De deur kraakte, in de deuropening stond mijn zusje. Ik draaide me om, mijn hand om mijn arm gehouden, hopend dat ze het niet zou zien, het zou haar kapot maken. Zij, mijn zusje, glimlachte en fluisterde een zacht 'hoi.' haar gezicht sprak boekdelen. 'Gaat het?' vroeg ik, meer voor de vorm want je kon het aflezen van haar gezicht.  
Haar gezicht verstrakte toen we buiten een knal hoorde. Ik dacht aan tal van oorlogen uit het verleden en de talloze verhalen die ik gehoord had. Ze keek me strak aan en ik knikte.  Achteraf bleek het slechts een klapband geweest te zijn. Ik zie nog voor me hoe mijn zusje helemaal in elkaar dook en hoe haar ogen paniekerig door de kamer schoten. Dat was het eerste moment dat ik haar niet goed begrepen had. ER zouden er nog velen volgen en dat speet me. 

zaterdag 14 april 2012

Bewustwording anno nu

Het is het jaar 2050 en er zijn vele dingen veranderd om je heen...
Stel je eens voor dat we in het jaar 2050 leefden. We zagen er allemaal uit als de robot op het plaatje maar dan allemaal anders. Anders en toch hetzelfde. 

Je had een chip in je pols zitten en daarin zaten allemaal elektronische dingetjes waaronder je pinpas. Je mobiel was ingebouwd in je rechterhand en losgeld bestaat niet meer. China is de wereldmacht geworden en besluit lekker nieuwe munten te gaan slaan. Een maand later bezit ook jij er een paar en op de rand van de munt zie je staan 'made in China.' het doet je denken aan een kleine 50 jaar geleden toen je je nog jong, fris en fruitig voelde en alles nog zo veel beter was. 'Made in China' nog op je mp3, iPod en netbookje stond en op speelgoed en televisies. 
Het lijkt wel alsof 'Made in China' op elk levende wezen wat nog op aarde rond doolt staat gedrukt en soms kijk je bezorgd op je bovenarm of het er al staat. Gelukkig, nóg niet. Je herinnert je nog de Zwitserse frank van je broertje waar CH op staat. Zwitserland. Confederatio Helvetica, de Latijnse naam, iets wat je je broertje toen uitlegde. Als je dan thuis komt en je ligt op bed zie je op de vensterbank een muntje liggen. Je loopt er naar toe en tot je verbazing lijkt hij wel heel erg op de CH-munt van je broertje, tot je de zijkant leest.'Made in China.' 
Op hetzelfde moment zit een stel Amerikanen voor de televisie zich te ergeren aan 'made in China' en net van plan een kopje thee, ook Chinees, te gaan drinken beginnen ze een opstand. Terug naar de oertijd. Nee dan vroeger, toen je nog je lievelingssmaak thee kon hebben. In het goeie ouwe 2011, waar men zich druk maakte om inflatie van muntsoorten en crisis op huizenmarkten. Waar 'made in China' nog niet op álles stond er er ook nog dingen kwamen uit Italië of Griekenland. Het 2011,2012 van Twitter, Blogspot, Facebook en de hele multimedia die deel uitmaakte van het leven, maar nu in 2050 niet meer bestaan, als 'ouderwets' bestempeld en voor iets veel beters vervangen.Het 2013 waarin tablets, smartphones, computers en internet niet meer weg te denken zijn in het dagelijks leven.
Toch is 2050 ook het jaar van de vooruitgang. Milieuproblemen worden éindelijk opgelost, kleinzonen van de begin 21e eeuw-kamerleden zetelen nu op de voorheen blauwe stoelen, waar men toen twistte over de economische crisis en bezuinigingen, is ook nu verantwoordelijkheid hét kernwoord voor 2050. Ze begonnen er 'vroeger' al over, hadden ze dan toch gelijk? Verantwoordelijkheid, staat het al in jouw vocabulaire?

zaterdag 7 april 2012

Reizen, de ontwikkelingen.

Het zou toch maar raar zijn denk ik. Als je zomaar in een andere wereld zou staan. Misschien is de manier hoe je er komt wel heel vreemd, of juist de dingen die je daar doet, zouden heel extreem kunnen zijn. Ergens denk ik dan altijd aan Alice in Wonderland, maar eigenlijk lijkt die wereld nog op de onze.

Ik vraag me echt af hoe het dan zou gaan, een soort Narnia manier? Je hebt bijvoorbeeld haast op een doordeweekse dag, holt door de deur, die achter je dichtvalt (zeeën van tijd) en dan sta je in een andere wereld. Of misschien ben je gewoon de afwas aan het doen en begint het opeens te golven en langzaam spring je in de wereld (Reis van het Drakenschip) en ben je aan het verdrinken en wordt je gered door toevallige vaarders daar in de buurt? Helemaal leuk als diegene een oude bekende van je is. (Prins Caspian.) Of je rolt door een gat een groot wit konijn achterna? (Alice in Wonderland.) Er zijn in de loop der tijden veel verhalen verschenen over ondenkbare reizen. Zo konden mensen zich in de tijd van Jules Verne zich niet voorstellen dat je binnen 80 dagen de wereld rond zou kunnen, kun je na gaan, we kunnen dat binnen een dag? Of de reizen van Kapitein Nemo, mijlen onder zee. Of reizen naar Venus (Toren hoog en Mijlen breed) de maan, mars of zelfs de zon! Reizen, en met name onmogelijke reizen, inspireren schrijvers.
Toch blijven die onbereikbare plekken, werelden iets menselijks hebben. Als er al wezens wonen, slapen ze, eten ze óf zijn ze heel intelligent, knap, hebben emoties etc. Dit zijn dingen die een verhaal leuk maken natuurlijk, je herkent dingen, natuurlijk herken jij emoties van een hoofdpersoon en/of verzonnen wezen, het zijn immers menselijke emoties? Als ik zeg de grote (menselijke aanduiding,) Bladievroempaplie (vrije vertaling naar het Nederlands) werd heel erg grampampatjadra (vrije vertaling) weet ik zeker dat u/jij geen idee hebt waar ik het over heb. Of wel soms?
Toch verschijnen er steeds minder boeken over tijdsreizen, tegenwoordig is er zo veel mogelijk! Er hebben allang mensen op de maan gestaan, reizen door, onder en over zee is allang mogelijk, we weten hoe onze eigen wereld eruit ziet, we kennen ons eigen sterrenstelsel en denken dat er geen leven mogelijk is behalve op onze eigen vertrouwde aarde. Maar wees eerlijk... er is een mogelijkheid dat wij slechts één van de zonnestelsels zijn die geschapen is. Misschien is er wel een zonnestelsel met veel intelligentere wezens dan wij, een veel betere taal, communicatie etc, misschien zijn ze zelfs wel zo intelligent dat ze ons al hebben ontdekt. Zouden ze zich rot lachen om mensen die onderuit gaan op de fiets 's winters, de oorlogen die wij maken, omdat zij daar al eeuwen geleden een oplossing voor gevonden hebben?
Wij zullen het wel nooit weten. Toch ben ik wel benieuwd wat voor emotie grampampatjadra is. Enig idee?

Toch sla je straks de deur open en sta je in een andere wereld. Misschien moet er wel een ingewikkelde kwestie worden opgelost of is het er heel vredig en lieflijk. Misschien bestaat die wereld wel alleen uit bierflesjes, bloemetjes, auto's of steen. Maar, andere dimensies hebben wij tot nu toe nog niet ontdekt, dus wij kunnen slechts dromen en verzinnen over andere werelden, tijden en reizen in gedachten elke plek af.
Reizigers door de eeuwen heen hadden verschillende doelen. Religieus van aard of juist opzoek naar de stilte. Ontdekken of vluchten, wat is jouw doel om te reizen?

zaterdag 31 maart 2012

Water of hagelslag

Een herplaatsing van het door mij al eerder geposte bericht op Miminaona.blogspot.com nu op Wangu Matokeo

~
Soms ben je in je hoofd dingen aan het vervangen of omwisselen voor andere dingen. Íedereen weet dat je niet zonder water kan. Maar stel nu dat iedereen best zonder water kon, maar niet zonder, noem eens wat geks, chocoladehagelslag. Je dag zou er dan als volgt uit zien:

'Goedemorgen!' gaap je, terwijl je je je bed uitstapt, je aankleed en wast, ( je make-up doet,) en naar beneden huppelt. Je voelt je wat dorstig en vult een groot glas vol met hagelslag die je in een sneltreinvaart opdrinkt. 'Dat voelt beter.' zeg je, terwijl je je brood met water smeert, je lievelingsbroodbeleg, voor mee naar school. Vervolgens eet je nog een bakkie yoghurt, poetst je tanden en holt daarna naar school, je werk o.i.d.
Tijdens je koffie-pauze hol je naar de kantine, je bent je hagelslag vergeten, je haalt een kom ijskoude hagelslag met ijsklontjes, zoals je altijd deed als je je hagelslag vergeten was.
Als je aan het eind van de dag weer terug in bed ligt constateer je dat je te weinig hagelslag gehad hebt vandaag, je moet er écht beter op letten neem je jezelf voor.

Kun je het je voorstellen? Het lijkt me zó raar om hagelslag te moeten eten elke dag, of als je voor 80% uit hagelslag zou bestaan, zou niet veel soeps zijn dan denk ik zo. Daarom bestaan we natuurlijk ook uit water, dat is véél handiger... hoewel de gedachte aan een in de bergen ontspringend chocoladehagelslagbeekje ook niet verkeerd is, maar tegen de tijd dat we zo ver zijn...

zaterdag 24 maart 2012

Dans rond het zwanenmeer

Paniek, dat was denk ik het juiste woord wat het meest in de buurt kwam bij wat ik voelde, toen ik daar liep, alleen, dromend.
Ik had voo rmezelf een soort zoektocht opgezet, naar iets dat voor mij veel waarde had en wat ik ooit verloren had.
Nadat ik over een paar boomwortels was gestruikeld liep ik voorzichtiger, maar het vocht van de grond was in mijn kleren getrokken en ik voelde me koud, vies en nat. Ik streek een pluk haar uit mijn gezicht en liep verder, voor zover mijn strompelende pas lopen genoemd kon worden. Ik was de zwarte zwanen allang voorbij en had geen idee waar ik nu was, maar het voelde niet verdwaald aan. Voor mij lagen de eeuwen oude moerassen, met hun wellicht giftige, stinkende maar vooral dampende gassen. Achter mij lag dat, wat men de 'bewoonde wereld.' zou noemen. Omdat het bewoond met mensen was. In feite was dat moeras ook een bewoonde wereld. Bewoont met schimmels, bacteriën, plant-achtigen en dier-achtige organismen. Een mug leeft toch ook? Die 'woont' ook echt nog wel ergens.
De paden in het moeras kende ik niet, ergens hoopte ik op een kluizenaar die in het moeras woonde en die me zou helpen, hoewel dat al te mooi in de oren klonk. Ik haalde een paar takken van de zoveelste treurwilg aan de kant zodat ik er langs kon en sopte verder, me niet beseffend dat ik achtervolgt werd. In mijn hoofd was complete chaos en ik verzette mijzelf ook niet eens meer toen ik werd weggezogen, het voelde zo natuurlijk, maar anderzijds ook als een niet werkelijkheid, een andere dimensie, alsof ik thuis op de bank zat en dit helemaal niet gebeurde daar.
En ik kwam in een soort luchtbel terecht. Het was er klam, kil, betoverend stil en als je hier zou wonen zou je wellicht een melancholisch leven leiden.
Ik liep door en door en door, het voelde als een soort test, een oefening, terwijl ik me klaar maakte voor een balletvoorstelling, eentje die ik niet zou overleven, maar wel een waarin ik zou weten wie ik was en wat ik zocht, want ik zou het gevonden hebben en mijn vijand recht in de ogen aangekeken hebben en gevochten hebben tot het bittere einde.
De moerasdampen maakten plaats voor een plateau waarop gedanst zou worden, water aan alle kanten en treurwilgen eromheen, ik zag dat ik gekleed was in een zwarte jurk, mijn spitzen besmeurd en ik danste alsof mijn leven er vanaf hing, want dat deed het.

zondag 18 maart 2012

Wangu Matokeo

Beste lezer,

Na de lancering van mijn nieuwe blog kreeg ik gelijk reacties: Wát betekend Wangu Matokeo?
Voor hen die mijn vorige blog gevolgt hebben, Mimi Naona wat Ik zie betekend, ook dit komt rechtstreeks uit googletranslate. (Credits, haha.)
De diepzinnige gedachte achter de naam valt hier deels weg, ik heb geen hele theorieën over de naam, het doel en de boodschap ontwikkeld. Spijtig? Nee, wat mij betreft niet.

Wangu Matokeo betekend simpelweg 'Mijn Resultaten.' dit omdat het eigen schrijfsels, probeersels en gedachten zijn. Intertekstualiteit speelt zéker een rol in veel van mijn oude en komende blogs, maar ik zal nooit iets plaatsen wat van een ander is en zeggen dat ik het zelf bedacht heb. Wangu Matokeo klinkt ingewikkelder dan het wellicht is. Of er regelmaat zit in mijn schrijfsels? Wie zal het zeggen.

Nog even kort over mij...

Dialogen of monologen van personages zijn verzonnen en niet míjn persoonlijke mening. Ze hebben een functie in het verhaal.
Ik hoop binnenkort eindexamen te doen, de regelmatigheid voor het verschijnen van mijn blogs kan hierdoor sterk afwisselen, hiervoor jouw/uw begrip.
  Voor mijn profielwerkstuk (verplicht voor havisten en vwo-ers) heb ik een tweetal verhalen geschreven. Het allereerste begin van een van deze verhalen staat op mijn oude blog Mimi Naona, maar auteursrechten die ik er op heb zorgen ervoor dat ik het niet eerder als geheel wil publiceren, de eerder geposte stukken blijven staan, voor nieuwe kan ik toch slechts adviseren om geduldig te wachten op een uitgave. (Voor meer informatie kun je/kunt u contact met me opnemen via wangumatokeo@gmail.com.)

zaterdag 17 maart 2012

De afvallige

Ik vroeg me af hoe het mogelijk was dat ik al die tijd niks gezien had, niks doorgehad had en waarom het mogelijk was, waarom kon het in vredesnaam?
Ik heb nooit de drang gehad om beroemd te worden, bekend te zijn, mezelf vooraan te stellen maar op een of andere manier gebeurde het altijd. Sommigen noemden het natuurlijk charisma, anderen noemden het toch eerzucht. En er waren nog twee andere groepen, ze streden altijd tegen elkaar en vroeger behoorde ik bij één van de twee, maar ik ben er nog steeds niet achter bij welke van de twee dat was.
Het is niet zo dat deze twee groepen op elkaar lijken, nee in tegendeel zelfs, het zouden eerder elkaars tegenpolen zijn dan dat zij op elkaar leken.
Al lange tijd had ik het vermoeden dat beide groepen gestuurd werden door een hoger bestuur, wat natuurlijk ontkent werd door alle leden van de groep, omdat de ene helft het niet wist en de andere helft het niet mócht zeggen. Lange tijd heb ook ik voor me gehouden en misschien had ik dat ook moeten doen. Maar ach, achteraf bedenk je je altijd dingen die je beter anders had kunnen doen. En nog weer later zie je de invloeden van je daad weer beter en zie je misschien wel in dat het toen niet handig was maar uiteindelijk de juiste beslissing. Net alsof vroeger altijd alles beter was, in de toekomst alles beter wordt en het nu altijd maar vervelend is, want ja, daar komt het toch op neer?

Waar ik achter probeerde komen was wie dan die twee groepen bestuurde, wat was dat voor iemand, met wat voor ideeën was hij zijn zaken aan het uitoefenen en waarom, vooral waarom die twee groepen van uit één centraal punt bestuurd werden. Wat had het voor zin?
Want daarbij maakte ik mezelf wijs dat we werden gebruikt voor een of ander onbekend maar heel belangrijk militair doeleind. of misschien werden we wel gebruikt als dekmantel voor een criminele bende waarvan de leden zich verdeeld hadden tussen de twee groepen, zich opgewerkt hadden en nu als vooraanstaande leden zogenaamd leiding gaven maar intussen met deze ene contactpersoon overlegden en ons stuurden naar het voor ons nog onbekende doel.
Al deze vragen brachten me in de problemen, pas nadat ik ze gesteld had uiteraard, dit bevestigde mijn vermoeden dat het ging om een geheime organisatie áchter de twee groepen. En omdat er één organisatie was, vraag ik me dus af van welke van de twee groepen ik nu lid was, want misschien was de een wel een uitvoerende macht en de ander rechterlijk of wetgevend. Misschien waren we wel één van de 3 groepen van het zogenaamde 'Trias Politica' en was die bovenstaande macht helemaal niet bovenstaand maar een kleine verzameling mensen die één van die drie groepen was. Misschien waren we wel deel van een nog onbekende dictatuur.
In een vloeiende beweging draaide ik me om, omdat ik dacht iets gehoord te hebben, maar uit het raam zag ik alleen die ene boom die er altijd al stond.

20:00

Het klokje tikt door. Een laatste verbetering aan een blog, de tijd ingesteld op 20:00 want dan moet het gebeuren, dán is Matokeo toch echt gereed voor het 'grote publiek.' Spannend!

De afgelopen dagen is hard gewerkt aan blogs (alvast klaargezet zodat ze keurig op tijd en regelmatig gepubliceerd worden) lay-out (wordt nog steeds aangewerkt) het bedenken van thema's, titels, namen en invullingen, alsof er een heel team zit achter Wangu Matokeo. Niets is minder waar, Matokeo is slechts het gedachtespinsel van één eindexamenkandidate. Succes niet per se gegarandeerd.

Geen filosofische gedachtegangen deze keer, geen mislukte, falende make-up blogs. Geen muziekdeelmomentjes en geen posts rond een gemaakte tekening. Jammer? Nee, Matokeo brengt datgene wat Mimi Naona bijzonder maakte, maar niet in sloeg als een bom. Matokeo is wellicht beter, succesvoller en origineler van geest.
Matokeo, Wangu Matokeo eigenlijk, toont andere perspectieven dat misschien verwacht, maar laat mogelijkheden open.

Los van alle verplichtingen die u heeft wordt u geabsorbeerd door de kritische gedachtengangen. Hoewel, kritisch? Niet altijd. Een tikkeltje zelfspot zal u wellicht goed doen, maar daarvoor dient de lezer zich eerst door talloze gedachten te wurmen. Zinloos? De tijd zal het leren.

Meer weten over Matokeo? Mail naar wangumatokeo@gmail.com
Ook uw verzoeken, vragen, suggesties zijn van harte welkom.